Naar de inhoud

wennen

gewoon worden, vertrouwd raken

wennen is meer dan één woord

wennen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. gewoon worden, vertrouwd raken
  2. vetrouwd maken

Vervoeging van wennen

wennenhele werkwoord — wendeverleden tijd enkelvoud — wendenverleden tijd meervoud — gewendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wen wende
jij went wende
hij, zij, het went wende
wij wennen wenden
jullie wennen wenden
zij wennen wenden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gewend verleden tijd, deelwoord
gewend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wennen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wen gebiedende wijs
wende verleden tijd
wenne aanvoegende wijs
wennend onvoltooid, deelwoord
zal gewend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wen

Herkomst

In de betekenis van ‘gewoon raken’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Woordfamilie van wennen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
wenne aanvoegende wijs wennen
wennend onvoltooid deelwoord wennen
wennende woordvorm wennen
went aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wennen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wennen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over wennen

Wat is de betekenis van wennen?
Wennen is een werkwoord. De betekenis is: gewoon worden, vertrouwd raken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wennen?
Zo vervoeg je wennen zo: de tegenwoordige tijd is wen, de verleden tijd is wende en het voltooid deelwoord is gewend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wennen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wennen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wennen telt 6 letters, waarvan 3 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wennen in het kort

wennen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wennen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wennen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wennen: gewoon worden, vertrouwd raken
Deel wennen — standaardnederlands.nl