wens
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ʋεns/Betekenis
- verlangen, iets waar men naar uitziet
Hoe spreek je wens uit?
/wεns/
Wens bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| n | nek |
| s | sok |
zelfstandig naamwoord — masculine
- uitspraak waarin men een verlangen verwoordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wensen | meervoud |
| wensje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wensjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wensen
- gebiedende wijs van wensen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wensen
Vervoeging van wens
wenshele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘verlangen’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van wens
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wensje | verkleinwoord | wens |
| wensjes | verkleinwoord meervoud | wens |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wens zijn vastgelegd.