wenken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- met de hand een teken geven
Vervoeging van wenken
wenkenhele werkwoord — wenkteverleden tijd enkelvoud — wenktenverleden tijd meervoud — gewenktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wenk | wenkte |
| jij | wenkt | wenkte |
| hij, zij, het | wenkt | wenkte |
| wij | wenken | wenkten |
| jullie | wenken | wenkten |
| zij | wenken | wenkten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gewenkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewenkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewenkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewenkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewenkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewenkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewenkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewenkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewenkt | verleden tijd, deelwoord |
| gewenkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewenkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewenkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewenkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewenkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewenkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewenkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewenkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewenkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewenkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewenkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewenkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewenkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewenkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewenkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewenkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewenkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewenkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wenken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wenk | gebiedende wijs |
| wenke | aanvoegende wijs |
| wenkend | onvoltooid, deelwoord |
| wenkte | verleden tijd |
| zal gewenkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewenkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewenkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewenkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewenkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewenkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewenkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewenkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewenkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewenkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wenken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewenkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewenkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewenkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewenkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wenken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wenk
Herkomst
In de betekenis van ‘een teken geven’ voor het eerst aangetroffen in 1181
Woordfamilie van wenken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewenkt | voltooid deelwoord | wenken |
| gewenkte | woordvorm | wenken |
| wenke | aanvoegende wijs | wenken |
| wenkend | onvoltooid deelwoord | wenken |
| wenkende | woordvorm | wenken |
| wenkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wenken |
| wenkte | verleden tijd | wenken |
| wenkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wenken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wenken zijn vastgelegd.