Naar de inhoud

wegzakken

door te zakken geheel verdwijnen

wegzakken

werkwoord ˈwɛxsɑkə(n)

Betekenis

  1. door te zakken geheel verdwijnen
  2. een lichte bewustzijnsvermindering ondervinden

Hoe spreek je wegzakken uit?

/ˈwɛxsɑkən/

Wegzakken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛxsɑkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
x acht
s sok
ɑ bad
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wegzakken

wegzakkenhele werkwoord — zakte wegverleden tijd enkelvoud — zakten wegverleden tijd meervoud — weggezaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zak weg zakte weg
jij zakt weg zakte weg
hij, zij, het zakt weg zakte weg
wij zakken weg zakten weg
jullie zakken weg zakten weg
zij zakken weg zakten weg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggezakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weggezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggezakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn weggezakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegzakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggezakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggezakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggezakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggezakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggezakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggezakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggezakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te zakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen zakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal zakken bijzin, toekomende tijd
weg zou zakken bijzin, voorwaardelijk
weg zouden zakken bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt zakken bijzin, voorwaardelijk
weg zullen zakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen zakken bijzin, toekomende tijd
weg zult zakken bijzin, toekomende tijd
weggezakt verleden tijd, deelwoord
weggezakt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggezakt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegzak bijzin, tegenwoordige tijd
wegzakkend onvoltooid, deelwoord
wegzakt bijzin, tegenwoordige tijd
wegzakte bijzin, verleden tijd
wegzakten bijzin, verleden tijd
zak weg gebiedende wijs
zakte weg verleden tijd
zal weggezakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggezakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggezakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegzakken bijzin, toekomende tijd
zijn weggezakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggezakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggezakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegzakken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegzakken weg zou(dt) zakken bijzin, voorwaardelijk
zouden weggezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegzakken bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegzakken bijzin, voorwaardelijk
zullen weggezakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggezakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggezakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegzakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegzakken bijzin, toekomende tijd
zult weggezakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegzakken bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegzakken weg zult/zal zakken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg en zakken

Woordfamilie van wegzakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
weggezakt voltooid deelwoord wegzakken
wegzak subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegzakken
wegzakke with-subordinate-clause wegzakken
wegzakkend onvoltooid deelwoord wegzakken
wegzakkende woordvorm wegzakken
wegzakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegzakken
wegzakte subordinate-clause, verleden tijd wegzakken
wegzakten subordinate-clause, verleden tijd wegzakken
zak weg gebiedende wijs wegzakken
zakke weg woordvorm wegzakken
zakken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegzakken
zakt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegzakken
zakte weg verleden tijd wegzakken
zakten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegzakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegzakken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over wegzakken

Hoe spreek ik wegzakken uit?
Zo spreek je wegzakken uit: /ˈwɛxsɑkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wegzakken?
Wegzakken is een werkwoord. De betekenis is: door te zakken geheel verdwijnen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegzakken?
Zo vervoeg je wegzakken zo: het voltooid deelwoord is weggezakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegzakken is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. Z 4
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegzakken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. Z 5
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 zonder bonus
  11. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegzakken in het kort

wegzakken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegzakken staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegzakken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegzakken: door te zakken geheel verdwijnen
Deel wegzakken — standaardnederlands.nl