Naar de inhoud

verzakken

dalen van constructie of bodem

verzakken

werkwoord

Betekenis

  1. dalen van constructie of bodem
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van verzakken

verzakkenhele werkwoord — verzakteverleden tijd enkelvoud — verzaktenverleden tijd meervoud — verzaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verzak verzakte
jij verzakt verzakte
hij, zij, het verzakt verzakte
wij verzakken verzakten
jullie verzakken verzakten
zij verzakken verzakten
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben verzakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verzakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is verzakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verzakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verzakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verzakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verzakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzak gebiedende wijs
verzakke aanvoegende wijs
verzakkend onvoltooid, deelwoord
verzakt verleden tijd, deelwoord
verzakt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzakt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzakte verleden tijd
waart verzakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verzakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verzakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verzakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verzakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal verzakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verzakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verzakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verzakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verzakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verzakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verzakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verzakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verzakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verzakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verzakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verzakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verzakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verzakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verzakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verzakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verzakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verzakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verzakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verzakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verzakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verzakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zakken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verzakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verzak gebiedende wijs verzakken
verzakke aanvoegende wijs verzakken
verzakkend onvoltooid deelwoord verzakken
verzakkende woordvorm verzakken
verzakt voltooid deelwoord verzakken
verzakte verleden tijd verzakken
verzakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verzakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzakken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verzakken

Wat is de betekenis van verzakken?
Verzakken is een werkwoord. De betekenis is: dalen van constructie of bodem. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verzakken?
Zo vervoeg je verzakken zo: de tegenwoordige tijd is verzak, de verleden tijd is verzakte en het voltooid deelwoord is verzakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verzakken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 4
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verzakken levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 5
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verzakken in het kort

verzakken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verzakken staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verzakken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verzakken: dalen van constructie of bodem
Deel verzakken — standaardnederlands.nl