Naar de inhoud

wegsteken

opbergen, in zijn zak steken

wegsteken

werkwoord

Betekenis

  1. opbergen, in zijn zak steken
  2. door steken verwijderen

Vervoeging van wegsteken

wegstekenhele werkwoord — stak wegverleden tijd enkelvoud — staken wegverleden tijd meervoud — weggestokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik steek weg stak weg
jij steekt weg staakt weg
hij, zij, het steekt weg stak weg
wij steken weg staken weg
jullie steken weg staken weg
zij steken weg staken weg
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggestoken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggestoken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggestoken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggestoken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggestoken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggestoken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stak weg verleden tijd
steek weg gebiedende wijs
te hebben weggestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te steken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal steken bijzin, toekomende tijd
weg zou steken bijzin, voorwaardelijk
weg zouden steken bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt steken bijzin, voorwaardelijk
weg zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen steken bijzin, toekomende tijd
weg zult steken bijzin, toekomende tijd
weggestoken verleden tijd, deelwoord
weggestoken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggestoken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggestoken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestoken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestoken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestoken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggestoken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggestoken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggestoken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggestoken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegstaakt bijzin, verleden tijd
wegstak bijzin, verleden tijd
wegstaken bijzin, verleden tijd
wegsteek bijzin, tegenwoordige tijd
wegsteekt bijzin, tegenwoordige tijd
wegstekend onvoltooid, deelwoord
werd weggestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggestoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegsteken bijzin, toekomende tijd
zijn weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegsteken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegsteken weg zou(dt) steken bijzin, voorwaardelijk
zouden weggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegsteken bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegsteken bijzin, voorwaardelijk
zullen weggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggestoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggestoken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegsteken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg en steken

Woordfamilie van wegsteken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stak weg verleden tijd wegsteken
steek weg gebiedende wijs wegsteken
steekt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegsteken
steke weg woordvorm wegsteken
steken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegsteken
weggestoken voltooid deelwoord wegsteken
wegstak subordinate-clause, verleden tijd wegsteken
wegsteek subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsteken
wegsteekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsteken
wegsteke with-subordinate-clause wegsteken
wegstekend onvoltooid deelwoord wegsteken
wegstekende woordvorm wegsteken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegsteken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over wegsteken

Wat is de betekenis van wegsteken?
Wegsteken is een werkwoord. De betekenis is: opbergen, in zijn zak steken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegsteken?
Zo vervoeg je wegsteken zo: het voltooid deelwoord is weggestoken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegsteken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegsteken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegsteken in het kort

wegsteken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegsteken staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegsteken bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegsteken: opbergen, in zijn zak steken
Deel wegsteken — standaardnederlands.nl