Naar de inhoud

wegspuiten

spuitend wegvloeien

wegspuiten

werkwoord

Betekenis

  1. spuitend wegvloeien
  2. door spuiten verwijderen
  3. zich zeer snel verwijderen

Vervoeging van wegspuiten

wegspuitenhele werkwoord — spoot wegverleden tijd enkelvoud — spoten wegverleden tijd meervoud — weggespotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spuit weg spoot weg
jij spuit weg spoot weg
hij, zij, het spuit weg spoot weg
wij spuiten weg spoten weg
jullie spuiten weg spoten weg
zij spuiten weg spoten weg
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggespoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggespoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggespoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggespoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggespoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggespoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggespoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggespoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggespoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoot weg verleden tijd
spuit weg gebiedende wijs
te hebben weggespoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegspuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggespoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggespoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggespoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te spuiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen spuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal spuiten bijzin, toekomende tijd
weg zou spuiten bijzin, voorwaardelijk
weg zouden spuiten bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt spuiten bijzin, voorwaardelijk
weg zullen spuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen spuiten bijzin, toekomende tijd
weg zult spuiten bijzin, toekomende tijd
weggespoten verleden tijd, deelwoord
weggespoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggespoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggespoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggespoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggespoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggespoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggespoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggespoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggespoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggespoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegspoot bijzin, verleden tijd
wegspoten bijzin, verleden tijd
wegspuit bijzin, tegenwoordige tijd
wegspuitend onvoltooid, deelwoord
werd weggespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggespoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggespoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggespoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggespoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggespoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggespoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggespoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegspuiten bijzin, toekomende tijd
zijn weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggespoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegspuiten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegspuiten weg zou(dt) spuiten bijzin, voorwaardelijk
zouden weggespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegspuiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggespoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggespoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegspuiten bijzin, voorwaardelijk
zullen weggespoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggespoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggespoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggespoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggespoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggespoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegspuiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegspuiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegspuiten bijzin, toekomende tijd
zult weggespoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weggespoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg en spuiten

Woordfamilie van wegspuiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
spoot weg verleden tijd wegspuiten
spoten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegspuiten
spuit weg gebiedende wijs wegspuiten
spuite weg woordvorm wegspuiten
spuiten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegspuiten
weggespoten voltooid deelwoord wegspuiten
wegspoot subordinate-clause, verleden tijd wegspuiten
wegspoten subordinate-clause, verleden tijd wegspuiten
wegspuit subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegspuiten
wegspuite with-subordinate-clause wegspuiten
wegspuitend onvoltooid deelwoord wegspuiten
wegspuitende woordvorm wegspuiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegspuiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegspuiten

Wat betekent wegspuiten?
Wegspuiten is een werkwoord. Het woord betekent: spuitend wegvloeien. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wegspuiten?
Je vervoegt wegspuiten als volgt: het voltooid deelwoord is weggespoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegspuiten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. P 3
  6. U 4
  7. I 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegspuiten levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. P 4
  6. U 2
  7. I 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegspuiten in het kort

wegspuiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wegspuiten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegspuiten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegspuiten: spuitend wegvloeien
Deel wegspuiten — standaardnederlands.nl