Naar de inhoud

wegstemmen

bij een verkiezing tegen een voorstel of persoon stemmen, tegenstemmen

wegstemmen

werkwoord

Betekenis

  1. bij een verkiezing tegen een voorstel of persoon stemmen, tegenstemmen

Vervoeging van wegstemmen

wegstemmenhele werkwoord — stemde wegverleden tijd enkelvoud — stemden wegverleden tijd meervoud — weggestemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stem weg stemde weg
jij stemt weg stemde weg
hij, zij, het stemt weg stemde weg
wij stemmen weg stemden weg
jullie stemmen weg stemden weg
zij stemmen weg stemden weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggestemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggestemd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggestemd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggestemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggestemd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggestemd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggestemd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggestemd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stem weg gebiedende wijs
stemde weg verleden tijd
te hebben weggestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegstemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te stemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal stemmen bijzin, toekomende tijd
weg zou stemmen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden stemmen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt stemmen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen stemmen bijzin, toekomende tijd
weg zult stemmen bijzin, toekomende tijd
weggestemd verleden tijd, deelwoord
weggestemd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggestemd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggestemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestemd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestemd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestemd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggestemd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggestemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggestemd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggestemd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegstem bijzin, tegenwoordige tijd
wegstemde bijzin, verleden tijd
wegstemden bijzin, verleden tijd
wegstemmend onvoltooid, deelwoord
wegstemt bijzin, tegenwoordige tijd
werd weggestemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggestemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggestemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggestemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggestemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggestemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggestemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggestemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggestemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggestemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggestemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggestemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggestemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggestemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegstemmen bijzin, toekomende tijd
zijn weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegstemmen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegstemmen weg zou(dt) stemmen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggestemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggestemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggestemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegstemmen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggestemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegstemmen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggestemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggestemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggestemd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggestemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegstemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegstemmen bijzin, toekomende tijd
zult weggestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg en stemmen

Woordfamilie van wegstemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stem weg gebiedende wijs wegstemmen
stemde weg verleden tijd wegstemmen
stemden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegstemmen
stemme weg woordvorm wegstemmen
stemmen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegstemmen
stemt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegstemmen
weggestemd voltooid deelwoord wegstemmen
weggestemde woordvorm wegstemmen
wegstem subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegstemmen
wegstemde subordinate-clause, verleden tijd wegstemmen
wegstemden subordinate-clause, verleden tijd wegstemmen
wegstemme with-subordinate-clause wegstemmen
wegstemmend onvoltooid deelwoord wegstemmen
wegstemmende woordvorm wegstemmen
wegstemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegstemmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegstemmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegstemmen

Wat betekent wegstemmen?
Wegstemmen is een werkwoord. Het woord betekent: bij een verkiezing tegen een voorstel of persoon stemmen, tegenstemmen.
Hoe vervoeg je wegstemmen?
Je vervoegt wegstemmen als volgt: het voltooid deelwoord is weggestemd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegstemmen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegstemmen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegstemmen in het kort

wegstemmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegstemmen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegstemmen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegstemmen: bij een verkiezing tegen een voorstel of persoon stemmen, tegenstemmen
Deel wegstemmen — standaardnederlands.nl