weghouden
werkwoordBetekenis
- verwijderd houden
Vervoeging van weghouden
weghoudenhele werkwoord — hield wegverleden tijd enkelvoud — hielden wegverleden tijd meervoud — weggehoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hou weg | hield weg |
| jij | houdt weg | hield weg |
| hij, zij, het | houdt weg | hield weg |
| wij | houden weg | hielden weg |
| jullie | houden weg | hielden weg |
| zij | houden weg | hielden weg |
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is weggehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggehouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggehouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggehouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggehouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggehouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggehouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hield weg | verleden tijd |
| hou weg | gebiedende wijs |
| houd weg | gebiedende wijs |
| is weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen weghouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te houden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal houden | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou houden | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden houden | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt houden | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen houden | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult houden | bijzin, toekomende tijd |
| weggehouden | verleden tijd, deelwoord |
| weggehouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggehouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggehouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggehouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggehouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggehouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggehouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggehouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggehouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggehouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weghield | bijzin, verleden tijd |
| weghielden | bijzin, verleden tijd |
| weghou | bijzin, tegenwoordige tijd |
| weghoud | bijzin, tegenwoordige tijd |
| weghoudend | onvoltooid, deelwoord |
| weghoudt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| werd weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weggehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal weggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal weghouden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou weghouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) weghouden weg zou(dt) houden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden weghouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt weghouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weghouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weghouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Herkomst
samenstelling van weg en houden
Woordfamilie van weghouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hield weg | verleden tijd | weghouden |
| hielden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | weghouden |
| hou weg | gebiedende wijs | weghouden |
| houd weg | gebiedende wijs | weghouden |
| houde weg | woordvorm | weghouden |
| houden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | weghouden |
| houdt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | weghouden |
| weggehouden | voltooid deelwoord | weghouden |
| weghield | subordinate-clause, verleden tijd | weghouden |
| weghielden | subordinate-clause, verleden tijd | weghouden |
| weghou | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | weghouden |
| weghoud | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | weghouden |
| weghoude | with-subordinate-clause | weghouden |
| weghoudend | onvoltooid deelwoord | weghouden |
| weghoudende | woordvorm | weghouden |
| weghoudt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | weghouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weghouden zijn vastgelegd.