wegdringen
werkwoordBetekenis
- van zijn plaats dringen, verdringen, verdrijven
Vervoeging van wegdringen
wegdringenhele werkwoord — drong wegverleden tijd enkelvoud — drongen wegverleden tijd meervoud — weggedrongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dring weg | drong weg |
| jij | dringt weg | drong weg |
| hij, zij, het | dringt weg | drong weg |
| wij | dringen weg | drongen weg |
| jullie | dringen weg | drongen weg |
| zij | dringen weg | drongen weg |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dring weg | gebiedende wijs |
| drong weg | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegdringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg te dringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal dringen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen dringen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult dringen | bijzin, toekomende tijd |
| wegdring | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegdringend | onvoltooid, deelwoord |
| wegdringt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegdrong | bijzin, verleden tijd |
| wegdrongen | bijzin, verleden tijd |
| weggedrongen | verleden tijd, deelwoord |
| weggedrongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedrongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zal wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegdringen | bijzin, toekomende tijd |
| zal weggedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegdringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou weggedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) wegdringen weg zou(dt) dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegdringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegdringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggedrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen wegdringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegdringen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen weggedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult wegdringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegdringen | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggedrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal wegdringen weg zult/zal dringen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg en dringen
Woordfamilie van wegdringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dring weg | gebiedende wijs | wegdringen |
| dringe weg | woordvorm | wegdringen |
| dringen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegdringen |
| dringt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegdringen |
| drong weg | verleden tijd | wegdringen |
| drongen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegdringen |
| wegdring | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegdringen |
| wegdringe | with-subordinate-clause | wegdringen |
| wegdringend | onvoltooid deelwoord | wegdringen |
| wegdringende | woordvorm | wegdringen |
| wegdringt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegdringen |
| wegdrong | subordinate-clause, verleden tijd | wegdringen |
| wegdrongen | subordinate-clause, verleden tijd | wegdringen |
| weggedrongen | voltooid deelwoord | wegdringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegdringen zijn vastgelegd.