wegdromen
werkwoord ˈwɛɣdromə(n)Betekenis
- afstand nemen van de de realiteit door zich te laten meeslepen door prettige fantasieën
Hoe spreek je wegdromen uit?
/ˈwɛxdromən/
Wegdromen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| d | dak |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wegdromen
wegdromenhele werkwoord — droomde wegverleden tijd enkelvoud — droomden wegverleden tijd meervoud — weggedroomdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | droom weg | droomde weg |
| jij | droomt weg | droomde weg |
| hij, zij, het | droomt weg | droomde weg |
| wij | dromen weg | droomden weg |
| jullie | dromen weg | droomden weg |
| zij | dromen weg | droomden weg |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben weggedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| droom weg | gebiedende wijs |
| droomde weg | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| is weggedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn weggedroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegdromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggedroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggedroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggedroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggedroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggedroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te dromen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen dromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal dromen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou dromen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden dromen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt dromen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen dromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen dromen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult dromen | bijzin, toekomende tijd |
| wegdromend | onvoltooid, deelwoord |
| wegdroom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegdroomde | bijzin, verleden tijd |
| wegdroomden | bijzin, verleden tijd |
| wegdroomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| weggedroomd | verleden tijd, deelwoord |
| weggedroomd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedroomd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zal wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegdromen | bijzin, toekomende tijd |
| zal weggedroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggedroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn weggedroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn weggedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggedroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegdromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou weggedroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) wegdromen weg zou(dt) dromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegdromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggedroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggedroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggedroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegdromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggedroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen wegdromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegdromen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen weggedroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggedroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggedroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult wegdromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegdromen | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggedroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal wegdromen weg zult/zal dromen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg en dromen
Woordfamilie van wegdromen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drome weg | woordvorm | wegdromen |
| dromen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegdromen |
| droom weg | gebiedende wijs | wegdromen |
| droomde weg | verleden tijd | wegdromen |
| droomden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegdromen |
| droomt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegdromen |
| wegdrome | with-subordinate-clause | wegdromen |
| wegdromend | onvoltooid deelwoord | wegdromen |
| wegdromende | woordvorm | wegdromen |
| wegdroom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegdromen |
| wegdroomde | subordinate-clause, verleden tijd | wegdromen |
| wegdroomden | subordinate-clause, verleden tijd | wegdromen |
| wegdroomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegdromen |
| weggedroomd | voltooid deelwoord | wegdromen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegdromen zijn vastgelegd.