wegdrijven
werkwoord ˈwɛɣdrɛivə(n)Betekenis
- dwingen naar een andere plaats te gaan
- zwevend door de lucht of over een wateroppervlak naar een andere plaats gaan
- geleidelijk verdwijnen
Hoe spreek je wegdrijven uit?
/ˈwɛxdrɛivən/
Wegdrijven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| d | dak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wegdrijven
wegdrijvenhele werkwoord — dreef wegverleden tijd enkelvoud — dreven wegverleden tijd meervoud — weggedrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drijf weg | dreef weg |
| jij | drijft weg | dreef weg |
| hij, zij, het | drijft weg | dreef weg |
| wij | drijven weg | dreven weg |
| jullie | drijven weg | dreven weg |
| zij | drijven weg | dreven weg |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dreef weg | verleden tijd |
| drijf weg | gebiedende wijs |
| er is weggedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggedreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggedreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggedreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggedreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggedreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggedreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegdrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te drijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen drijven | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult drijven | bijzin, toekomende tijd |
| wegdreef | bijzin, verleden tijd |
| wegdreven | bijzin, verleden tijd |
| wegdrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegdrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegdrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| weggedreven | verleden tijd, deelwoord |
| weggedreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggedreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggedreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggedreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggedreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggedreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggedreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggedreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| werd weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weggedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegdrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal weggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegdrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou weggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) wegdrijven weg zou(dt) drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegdrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegdrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen wegdrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegdrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen weggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult wegdrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van weg bw en drijven ww
Woordfamilie van wegdrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreef weg | verleden tijd | wegdrijven |
| dreven weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegdrijven |
| drijf weg | gebiedende wijs | wegdrijven |
| drijft weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegdrijven |
| drijve weg | woordvorm | wegdrijven |
| drijven weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegdrijven |
| wegdreef | subordinate-clause, verleden tijd | wegdrijven |
| wegdreven | subordinate-clause, verleden tijd | wegdrijven |
| wegdrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegdrijven |
| wegdrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegdrijven |
| wegdrijve | with-subordinate-clause | wegdrijven |
| wegdrijvend | onvoltooid deelwoord | wegdrijven |
| wegdrijvende | woordvorm | wegdrijven |
| weggedreven | voltooid deelwoord | wegdrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegdrijven zijn vastgelegd.