Naar de inhoud

wateren

urine uitscheiden

wateren is meer dan één woord

wateren

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈʋaːtərən/

Betekenis

  1. urine uitscheiden
  2. vers hout enige tijd in water leggen om er ongewenste stoffen uit te laten trekken
  3. waterachtig vocht afscheiden

Hoe spreek je wateren uit?

/ˈwatərən/

Wateren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwatərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
a maan
t tak
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wateren

waterenhele werkwoord — waterdeverleden tijd enkelvoud — waterdenverleden tijd meervoud — gewaterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik water waterde
jij watert waterde
hij, zij, het watert waterde
wij wateren waterden
jullie wateren waterden
zij wateren waterden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gewaterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewaterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewaterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewaterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewaterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewaterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewaterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewaterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewaterd verleden tijd, deelwoord
gewaterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewaterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewaterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewaterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewaterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewaterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewaterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewaterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewaterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewaterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewaterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewaterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewaterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wateren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wateren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
water gebiedende wijs
waterde verleden tijd
watere aanvoegende wijs
waterend onvoltooid, deelwoord
zal gewaterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewaterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewaterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wateren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewaterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewaterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewaterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wateren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewaterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wateren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord water

Herkomst

ww: afgeleid van water zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘urineren’ aangetroffen vanaf 1588

Woordfamilie van wateren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewaterd voltooid deelwoord wateren
waterde verleden tijd wateren
waterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wateren
watere aanvoegende wijs wateren
waterend onvoltooid deelwoord wateren
waterende woordvorm wateren
watert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wateren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wateren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wateren

Hoe spreek je wateren uit?
De uitspraak van wateren is: /ˈʋaːtərən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent wateren?
Wateren is een werkwoord. Het woord betekent: urine uitscheiden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wateren?
Je vervoegt wateren als volgt: de tegenwoordige tijd is water, de verleden tijd is waterde en het voltooid deelwoord is gewaterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op wateren?

Op wateren rijmen 2 woorden, onder andere schateren en tateren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op wateren, uitspraak ˈwatərən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
schateren 3
tateren 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wateren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wateren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

wateren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wateren in het kort

wateren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wateren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wateren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wateren: urine uitscheiden
Deel wateren — standaardnederlands.nl