vrijgezellenfeest
zelfstandig naamwoordBetekenis
- feest voor iemand in het huwelijk treedt waarop hij of zij met vrienden, maar zonder de aanstaande partner uitgaat waarbij minimaal het slachtoffer in een opvallend kledingstuk wordt gehesen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijgezellenfeesten | meervoud |
| vrijgezellenfeestje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrijgezellenfeestjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrijgezel en feest met het invoegsel -en-
Woordfamilie van vrijgezellenfeest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijgezellenfeesten | meervoud | vrijgezellenfeest |
| vrijgezellenfeestje | verkleinwoord | vrijgezellenfeest |
| vrijgezellenfeestjes | verkleinwoord meervoud | vrijgezellenfeest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijgezellenfeest zijn vastgelegd.