dronken
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdrɔŋkə(n)Betekenis
- onder invloed van te veel alcohol
- tijdelijk niet goed bij zijn verstand zijnd
Hoe spreek je dronken uit?
/ˈdrɔŋkən/
Dronken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dronkener | onverbogen, vergrotende trap |
| dronkeners | partitief, vergrotende trap |
| dronkens | partitief, stellende trap |
| dronkenst | onverbogen, overtreffende trap |
| dronkenste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van drinken
Vervoeging van dronken
dronkenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dronk
Herkomst
In de betekenis van ‘beschonken’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van dronken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dronkener | vergrotende trap | dronken |
| dronkeners | partitieve vergrotende trap | dronken |
| dronkens | partitive, positive | dronken |
| dronkenst | uninflected, superlative | dronken |
| dronkenste | inflected, superlative | dronken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dronken zijn vastgelegd.