vogel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈvoɣəlBetekenis
- met twee vleugels, twee poten, een snavel en een met veren bedekt lichaam dat zich voortplant door het leggen van eieren en waarvan wordt verondersteld dat hij afstamt van de dinosauriërs
- een bijzonder persoon
- een gewerveld dier Aves op Wikispecies met twee vleugels, twee poten, een snavel en een met veren bedekt lichaam dat zich voortplant door het leggen van eieren en dat afstamt van de dinosauriërs
Hoe spreek je vogel uit?
/ˈvoxəl/
Vogel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- gewerveld dier behorend tot de klasse Aves met twee vleugels, twee poten, een snavel en een met veren bedekt lichaam dat zich voortplant door het leggen van eieren
- iemand (vaak van het mannelijk geslacht) die ongewoon overkomt, bijzonder of merkwaardig persoon figuratively, informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vogels | meervoud |
| vogeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vogeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vogelen
- gebiedende wijs van vogelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vogelen
Vervoeging van vogel
vogelhele werkwoord
Herkomst
erfwoord Ontwikkeld uit Oudnederlands fogal, uogala , in de betekenis van ‘gewerveld dier met veren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Woordfamilie van vogel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vogeltje | verkleinwoord | vogel |
| vogeltjes | verkleinwoord meervoud | vogel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vogel zijn vastgelegd.