vogelschrik
zelfstandig naamwoord /ˈvo.ɣəɫ.sχrɪk/Betekenis
- een voorwerp dat bedoeld is om vogels te verjagen
- overdrachtelijk een persoon met schrikwekkend uiterlijk
Hoe spreek je vogelschrik uit?
/ˈvoxəlsxrɪk/
Vogelschrik bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| s | sok |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vogelschrikken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vogel zn en schrik
Woordfamilie van vogelschrik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vogelschrikken | meervoud | vogelschrik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vogelschrik zijn vastgelegd.