verwonderen
werkwoord vərˈwɔndərə(n)Betekenis
- vreemd toelijken
- zich ~: vreemd toelijken
Hoe spreek je verwonderen uit?
/vərˈwɔndərən/
Verwonderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- : vreemd toelijken transitive
- : zich ~: vreemd toelijken reflexive
Vervoeging van verwonderen
verwonderenhele werkwoord — verwonderdeverleden tijd enkelvoud — verwonderdenverleden tijd meervoud — verwonderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwonder | verwonderde |
| jij | verwondert | verwonderde |
| hij, zij, het | verwondert | verwonderde |
| wij | verwonderen | verwonderden |
| jullie | verwonderen | verwonderden |
| zij | verwonderen | verwonderden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verwonderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verwonderd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verwonderd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verwonderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verwonderd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verwonderd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verwonderd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verwonderd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verwonderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verwonderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verwonderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verwonderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verwonderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verwonderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verwonderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwonderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verwonderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwonderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwonderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwonder | gebiedende wijs |
| verwonder me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verwonder u/je , verwondert je | gebiedende wijs |
| verwonderd | verleden tijd, deelwoord |
| verwonderd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwonderd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwonderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwonderd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwonderd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwonderd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwonderd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwonderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwonderd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwonderd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwonderde | verleden tijd |
| verwonderde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwonderde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwonderde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verwonderde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwonderde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwonderde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verwonderde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwonderden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwonderden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwonderden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| verwondere | aanvoegende wijs |
| verwondere zich | aanvoegende wijs |
| verwonderen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verwonderen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verwonderen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verwonderend | onvoltooid, deelwoord |
| verwondert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verwondert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwondert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verwondert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verwondert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verwondert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| waart verwonderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwonderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verwonderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwonderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verwonderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verwonderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verwonderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verwonderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me verwonderen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verwonderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwonderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verwonderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwonderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwonderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verwonderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwonderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich verwonderen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verwonderen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verwonderd hebben | verleden tijd |
| zich verwonderend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verwonderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verwonderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwonderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwonderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwonderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwonderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verwonderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwonderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwonderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwonderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verwonderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwonderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwonderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwonderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwonderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwonderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwonderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwonderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwonderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verwonderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwonderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwonderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwonderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen je verwonderen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verwonderen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verwonderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwonderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van wonderen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verwonderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwonder | gebiedende wijs | verwonderen |
| verwonderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verwonderen |
| verwondere | aanvoegende wijs | verwonderen |
| verwonderend | onvoltooid deelwoord | verwonderen |
| verwonderende | woordvorm | verwonderen |
| verwondert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verwonderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwonderen zijn vastgelegd.