verspieden
werkwoordBetekenis
- heimelijk verkennen
Vervoeging van verspieden
verspiedenhele werkwoord — verspieddeverleden tijd enkelvoud — verspieddenverleden tijd meervoud — verspiedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verspied | verspiedde |
| jij | verspiedt | verspiedde |
| hij, zij, het | verspiedt | verspiedde |
| wij | verspieden | verspiedden |
| jullie | verspieden | verspiedden |
| zij | verspieden | verspiedden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is verspied | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verspied | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verspied | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verspied | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verspied worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verspied zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verspied worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verspied zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verspied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verspied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verspied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verspied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verspied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verspied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verspied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verspied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verspied | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verspied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verspied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verspied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verspied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verspied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verspied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verspied | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verspieden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verspieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verspied | gebiedende wijs |
| verspied | verleden tijd, deelwoord |
| verspied te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verspied zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verspiedde | verleden tijd |
| verspiede | aanvoegende wijs |
| verspiedend | onvoltooid, deelwoord |
| zal verspied hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verspied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verspied hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou verspied hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verspied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verspied hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verspied hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verspied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verspied hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verspied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verspied hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verspied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verspied hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verspieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verspied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verspieden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van spieden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verspieden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verspied | voltooid deelwoord | verspieden |
| verspiedde | verleden tijd | verspieden |
| verspiedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verspieden |
| verspiede | aanvoegende wijs | verspieden |
| verspiedend | onvoltooid deelwoord | verspieden |
| verspiedende | woordvorm | verspieden |
| verspiedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verspieden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verspieden zijn vastgelegd.