Naar de inhoud

beloeren

heimelijk kijken naar

beloeren

werkwoord

Betekenis

  1. heimelijk kijken naar

Vervoeging van beloeren

beloerenhele werkwoord — beloerdeverleden tijd enkelvoud — beloerdenverleden tijd meervoud — beloerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beloer beloerde
jij beloert beloerde
hij, zij, het beloert beloerde
wij beloeren beloerden
jullie beloeren beloerden
zij beloeren beloerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beloer gebiedende wijs
beloerd verleden tijd, deelwoord
beloerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beloerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beloerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beloerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beloerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beloerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beloerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beloerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beloerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beloerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beloerde verleden tijd
beloere aanvoegende wijs
beloerend onvoltooid, deelwoord
ben beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is beloerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beloerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beloerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beloerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beloerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beloerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beloerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beloerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beloerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beloerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beloerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beloerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beloerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beloerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beloerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beloerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beloeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beloerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beloeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beloerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beloerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beloerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beloerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beloerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beloerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beloerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beloerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beloerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beloerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beloerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beloerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beloerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beloerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beloerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beloerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beloerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beloerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beloerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beloerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beloerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beloerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beloerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beloerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beloerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beloerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beloerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beloerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beloerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beloerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beloerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beloerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beloerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beloerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beloeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beloerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beloerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beloerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beloerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beloerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beloerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beloeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beloerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beloerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beloerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beloeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van loeren met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beloeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beloer gebiedende wijs beloeren
beloerd voltooid deelwoord beloeren
beloerde verleden tijd beloeren
beloerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beloeren
beloere aanvoegende wijs beloeren
beloerend onvoltooid deelwoord beloeren
beloerende woordvorm beloeren
beloert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beloeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beloeren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over beloeren

Wat betekent beloeren?
Beloeren is een werkwoord. Het woord betekent: heimelijk kijken naar.
Hoe vervoeg je beloeren?
Je vervoegt beloeren als volgt: de tegenwoordige tijd is beloer, de verleden tijd is beloerde en het voltooid deelwoord is beloerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beloeren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beloeren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beloeren in het kort

beloeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van beloeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beloeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beloeren: heimelijk kijken naar
Deel beloeren — standaardnederlands.nl