Naar de inhoud

verplichten

tot regel maken dat iets moet

verplichten

werkwoord

Betekenis

  1. tot regel maken dat iets moet

Vervoeging van verplichten

verplichtenhele werkwoord — verplichtteverleden tijd enkelvoud — verplichttenverleden tijd meervoud — verplichtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verplicht verplichtte
jij verplicht verplichtte
hij, zij, het verplicht verplichtte
wij verplichten verplichtten
jullie verplichten verplichtten
zij verplichten verplichtten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verplicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verplicht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verplicht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verplicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verplicht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verplicht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verplicht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verplicht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verplicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verplicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verplicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verplicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verplicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verplicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verplicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verplicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verplicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verplichten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verplichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verplicht gebiedende wijs
verplicht verleden tijd, deelwoord
verplicht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verplicht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verplicht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verplicht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verplicht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verplicht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verplicht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verplicht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verplicht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verplicht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verplichte aanvoegende wijs
verplichtend onvoltooid, deelwoord
verplichtte verleden tijd
waart verplicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verplicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verplicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verplicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verplicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verplicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verplicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verplicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verplicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verplicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verplicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verplicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verplicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verplicht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verplicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verplicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verplicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verplicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verplicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verplicht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verplicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verplicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verplicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verplicht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verplicht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verplichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verplichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verplichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verplicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verplicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verplicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verplicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verplicht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verplicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verplicht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verplichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verplichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verplichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verplicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verplicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verplicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verplicht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verplicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verplicht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verplichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verplichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verplichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verplicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verplicht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verplichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verplicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verplicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verplicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verplicht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verplicht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verplicht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verplichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verplichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verplichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verplichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verplicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verplicht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verplicht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verplichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van plicht met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verplichten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verplichtte verleden tijd verplichten
verplichtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verplichten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verplichten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verplichten

Wat betekent verplichten?
Verplichten is een werkwoord. Het woord betekent: tot regel maken dat iets moet.
Hoe vervoeg je verplichten?
Je vervoegt verplichten als volgt: de tegenwoordige tijd is verplicht, de verleden tijd is verplichtte en het voltooid deelwoord is verplicht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verplichten is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. P 3
  5. L 3
  6. I 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verplichten levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. P 4
  5. L 3
  6. I 2
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 29 zonder bonus
  13. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verplichten in het kort

verplichten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verplichten zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verplichten bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verplichten: tot regel maken dat iets moet
Deel verplichten — standaardnederlands.nl