Naar de inhoud

dwingen

iemand zonder rekening te houden met zijn wil iets opleggen

dwingen

werkwoord

Betekenis

  1. iemand zonder rekening te houden met zijn wil iets opleggen

Vervoeging van dwingen

dwingenhele werkwoord — dwongverleden tijd enkelvoud — dwongenverleden tijd meervoud — gedwongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dwing dwong
jij dwingt dwong
hij, zij, het dwingt dwong
wij dwingen dwongen
jullie dwingen dwongen
zij dwingen dwongen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dwing gebiedende wijs
dwinge aanvoegende wijs
dwingend onvoltooid, deelwoord
dwong verleden tijd
er is gedwongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedwongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedwongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedwongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedwongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedwongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedwongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedwongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedwongen verleden tijd, deelwoord
gedwongen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedwongen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedwongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedwongen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedwongen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedwongen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedwongen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedwongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedwongen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedwongen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedwongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedwongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedwongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedwongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedwongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedwongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedwongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedwongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dwingen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedwongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dwingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedwongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedwongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedwongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedwongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedwongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedwongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedwongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedwongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedwongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedwongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedwongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedwongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedwongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedwongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedwongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedwongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedwongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedwongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedwongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedwongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dwingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dwingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dwingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedwongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedwongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedwongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedwongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedwongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedwongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dwingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dwingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dwingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedwongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedwongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedwongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedwongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedwongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedwongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dwingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dwingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dwingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedwongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedwongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedwongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedwongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedwongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedwongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dwingen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedwongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedwongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dwingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dwingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dwingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dwingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedwongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedwongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedwongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedwongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedwongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedwongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dwingen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedwongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedwongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedwongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘noodzaken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Woordfamilie van dwingen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dwing gebiedende wijs dwingen
dwinge aanvoegende wijs dwingen
dwingt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dwingen
dwong verleden tijd dwingen
dwongen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dwingen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dwingen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over dwingen

Wat betekent dwingen?
Dwingen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand zonder rekening te houden met zijn wil iets opleggen.
Hoe vervoeg je dwingen?
Je vervoegt dwingen als volgt: de tegenwoordige tijd is dwing, de verleden tijd is dwong en het voltooid deelwoord is gedwongen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dwingen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. W 5
  3. I 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dwingen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. W 5
  3. I 2
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

dwingen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dwingen in het kort

dwingen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van dwingen zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dwingen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dwingen: iemand zonder rekening te houden met zijn wil iets opleggen
Deel dwingen — standaardnederlands.nl