verminderen
werkwoord vərˈmɪndərə(n)Betekenis
- afnemen in aantal, kleiner worden
- doen afnemen in aantal, kleiner maken
Hoe spreek je verminderen uit?
/vərˈmɪndərən/
Verminderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| m | maan |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verminderen
verminderenhele werkwoord — verminderdeverleden tijd enkelvoud — verminderdenverleden tijd meervoud — verminderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verminder | verminderde |
| jij | vermindert | verminderde |
| hij, zij, het | vermindert | verminderde |
| wij | verminderen | verminderden |
| jullie | verminderen | verminderden |
| zij | verminderen | verminderden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verminderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verminderd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verminderd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verminderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verminderd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verminderd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verminderd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verminderd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verminderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verminderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verminderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verminderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verminderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verminderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verminderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verminderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verminderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verminderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verminderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verminder | gebiedende wijs |
| verminderd | verleden tijd, deelwoord |
| verminderd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verminderd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verminderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verminderd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verminderd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verminderd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verminderd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verminderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verminderd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verminderd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verminderde | verleden tijd |
| vermindere | aanvoegende wijs |
| verminderend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verminderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verminderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verminderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verminderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verminderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verminderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verminderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verminderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verminderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verminderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verminderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verminderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verminderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verminderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verminderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verminderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verminderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verminderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verminderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verminderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verminderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verminderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verminderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verminderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verminderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verminderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verminderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verminderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verminderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verminderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verminderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verminderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verminderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verminderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verminderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verminderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verminderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verminderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verminderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verminderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verminderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verminderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verminderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verminderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verminderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verminderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verminderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verminderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verminderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verminderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verminderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van minderen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verminderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verminder | gebiedende wijs | verminderen |
| verminderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verminderen |
| vermindere | aanvoegende wijs | verminderen |
| verminderend | onvoltooid deelwoord | verminderen |
| verminderende | woordvorm | verminderen |
| vermindert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verminderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verminderen zijn vastgelegd.