Naar de inhoud

decimeren

sterk in aantal terugbrengen, gewoonlijk door afslachting

decimeren

werkwoord

Betekenis

  1. sterk in aantal terugbrengen, gewoonlijk door afslachting

Vervoeging van decimeren

decimerenhele werkwoord — decimeerdeverleden tijd enkelvoud — decimeerdenverleden tijd meervoud — gedecimeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik decimeer decimeerde
jij decimeert decimeerde
hij, zij, het decimeert decimeerde
wij decimeren decimeerden
jullie decimeren decimeerden
zij decimeren decimeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
decimeer gebiedende wijs
decimeerde verleden tijd
decimere aanvoegende wijs
decimerend onvoltooid, deelwoord
er is gedecimeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedecimeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedecimeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedecimeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedecimeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedecimeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedecimeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedecimeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedecimeerd verleden tijd, deelwoord
gedecimeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedecimeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedecimeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecimeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecimeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecimeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedecimeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedecimeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedecimeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedecimeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedecimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedecimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedecimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedecimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedecimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedecimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedecimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedecimeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te decimeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedecimeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen decimeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedecimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedecimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedecimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedecimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedecimeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedecimeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedecimeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedecimeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal decimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal decimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal decimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedecimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedecimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedecimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedecimeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou decimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou decimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou decimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedecimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden decimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden decimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden decimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedecimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedecimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedecimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedecimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedecimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedecimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt decimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedecimeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedecimeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen decimeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen decimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen decimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen decimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedecimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedecimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedecimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedecimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedecimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedecimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult decimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedecimeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedecimeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedecimeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ter dood brengen, uitdunnen’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van decimeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
decimeer gebiedende wijs decimeren
decimeerde verleden tijd decimeren
decimeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon decimeren
decimeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon decimeren
decimere aanvoegende wijs decimeren
decimerend onvoltooid deelwoord decimeren
decimerende woordvorm decimeren
gedecimeerd voltooid deelwoord decimeren
gedecimeerde woordvorm decimeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van decimeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over decimeren

Wat is de betekenis van decimeren?
Decimeren is een werkwoord. De betekenis is: sterk in aantal terugbrengen, gewoonlijk door afslachting.
Hoe vervoeg ik decimeren?
Zo vervoeg je decimeren zo: de tegenwoordige tijd is decimeer, de verleden tijd is decimeerde en het voltooid deelwoord is gedecimeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord decimeren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. I 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

decimeren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. I 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

decimeren in het kort

decimeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van decimeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort decimeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

decimeren: sterk in aantal terugbrengen, gewoonlijk door afslachting
Deel decimeren — standaardnederlands.nl