Naar de inhoud

minderen

in gebruikte of toegepaste hoeveelheid laten afnemen

minderen is meer dan één woord

minderen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈmɪndərə(n)

Betekenis

  1. in gebruikte of toegepaste hoeveelheid laten afnemen

Hoe spreek je minderen uit?

/ˈmɪndərən/

Minderen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmɪndərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɪ pit
n nek
d dak
ə de
r rood
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van minderen

minderenhele werkwoord — minderdeverleden tijd enkelvoud — minderdenverleden tijd meervoud — geminderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik minder minderde
jij mindert minderde
hij, zij, het mindert minderde
wij minderen minderden
jullie minderen minderden
zij minderen minderden
Alle 98 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben geminderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geminderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geminderd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was geminderd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd geminderd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt geminderd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geminderd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geminderd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou geminderd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou geminderd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
geminderd verleden tijd, deelwoord
geminderd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geminderd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geminderd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geminderd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geminderd te zullen zijn, hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geminderd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geminderd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geminderd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geminderd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geminderd zullen zijn, hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is geminderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geminderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
minder gebiedende wijs
minderde verleden tijd
mindere aanvoegende wijs
minderend onvoltooid, deelwoord
te minderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn, hebben geminderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen minderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geminderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geminderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geminderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geminderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geminderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geminderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geminderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geminderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geminderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geminderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geminderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geminderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geminderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geminderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geminderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geminderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geminderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geminderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geminderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geminderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geminderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geminderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal minderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal minderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal minderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geminderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geminderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geminderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn, hebben geminderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijt geminderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geminderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geminderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geminderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou minderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou minderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou minderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geminderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geminderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geminderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden minderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden minderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden minderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geminderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt minderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geminderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geminderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geminderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen minderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen minderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen minderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen minderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geminderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geminderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult minderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord mindere

Herkomst

ww: afgeleid van minder bn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van minderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geminderd voltooid deelwoord minderen
geminderde woordvorm minderen
minderde verleden tijd minderen
minderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon minderen
minderend onvoltooid deelwoord minderen
minderende woordvorm minderen
mindert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon minderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van minderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over minderen

Hoe spreek je minderen uit?
De uitspraak van minderen is: /ˈmɪndərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent minderen?
Minderen is een werkwoord. Het woord betekent: in gebruikte of toegepaste hoeveelheid laten afnemen.
Hoe vervoeg je minderen?
Je vervoegt minderen als volgt: de tegenwoordige tijd is minder, de verleden tijd is minderde en het voltooid deelwoord is geminderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op minderen?

In dit woordenboek rijmen 9 woorden op -inderen op minderen, zoals verminderen, hinderen en allerkinderen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op minderen, uitspraak ˈmɪndərən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verminderen 4
hinderen 3
allerkinderen 5
bakerkinderen 5
kerstekinderen 5
kinderen 3
koninginnekinderen 7
koninginnenkinderen 7
tinderen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord minderen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

minderen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

minderen in het kort

minderen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van minderen zijn 63 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort minderen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

minderen: in gebruikte of toegepaste hoeveelheid laten afnemen
Deel minderen — standaardnederlands.nl