Naar de inhoud

verkiezen

iemand door een stemming een ambt doen toekomen

verkiezen

werkwoord vərˈkizə(n)

Betekenis

  1. iemand door een stemming een ambt doen toekomen
  2. iets door een stemming een titel doen toekomen

Hoe spreek je verkiezen uit?

/vərˈkizən/

Verkiezen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈkizən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
k kat
i riet
z zon
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. aan iets of iemand de voorkeur geven transitive

Vervoeging van verkiezen

verkiezenhele werkwoord — verkoosverleden tijd enkelvoud — verkozenverleden tijd meervoud — archaïsch:voltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkies verkoos
jij verkiest verkoos
hij, zij, het verkiest verkoos
wij verkiezen verkozen
jullie verkiezen verkozen
zij verkiezen verkozen
Alle 184 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
archaïsch: verleden tijd
archaïsch: verleden tijd, deelwoord
ben verkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent/is verkorenª verkozen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verkorenª impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verkorenª impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verkorenª impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verkorenª impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verkorenª impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verkorenª impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verkorenª impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verkorenª impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verkorenª voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verkorenª voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verkorenª voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verkorenª voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkorenª actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt/heeft verkorenª verkozen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verkorenª actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verkiezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkiezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkies gebiedende wijs
verkieze aanvoegende wijs
verkiezend onvoltooid, deelwoord
verkoor verleden tijd
verkoos verleden tijd
verkoren verleden tijd, deelwoord
verkorenª actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkorenª actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkorenª infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkorenª infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkorenª infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkorenª infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkorenª infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkorenª infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkorenª infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkorenª infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkorenª verleden tijd, deelwoord
verkozen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkozen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkozen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
verkozen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
verkozen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
verkozen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
verkozen verleden tijd, deelwoord
verkozen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
verkozen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
verkozen voltooid, verleden tijd, derde persoon
verkozen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
verkozen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
verkozen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
verkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
verkozen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
verkozen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
verkozen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
verkozen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
verkozen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
verkozen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
verkozen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkozen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verkozen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkozen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkozen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkozen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
verkozen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
verkozen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
verkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
verkozen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
verkozen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
verkozen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verkozen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
verkozen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
verkozen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
verkozen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
verkozen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
verkozen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
verkozen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkozen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkozen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart verkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkorenª voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkorenª voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkorenª voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkorenª voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verkorenª enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verkorenª enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verkorenª enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verkorenª enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verkorenª enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verkorenª enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verkiezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkiezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkiezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verkorenª voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkorenª voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkorenª enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon

Herkomst

afgeleid van kiezen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verkiezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkies gebiedende wijs verkiezen
verkiest aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verkiezen
verkieze aanvoegende wijs verkiezen
verkiezend onvoltooid deelwoord verkiezen
verkiezende woordvorm verkiezen
verkoor verleden tijd verkiezen
verkoos verleden tijd verkiezen
verkoren voltooid deelwoord verkiezen
verkozen voltooid deelwoord verkiezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkiezen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verkiezen

Hoe spreek ik verkiezen uit?
Zo spreek je verkiezen uit: /vərˈkizə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verkiezen?
Verkiezen is een werkwoord. De betekenis is: iemand door een stemming een ambt doen toekomen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verkiezen?
Zo vervoeg je verkiezen zo: de tegenwoordige tijd is verkies, de verleden tijd is verkoos en het voltooid deelwoord is archaïsch. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verkiezen?

Er staan 18 woorden in dit woordenboek die op verkiezen rijmen, waaronder kiezen, niezen en verliezen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verkiezen, uitspraak vərˈkizən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kiezen 2
niezen 2
verliezen 3
bevriezen 3
vriezen 2
biezen 2
smiezen 2
preciezen 3
adervliezen 4
driezen 2
gallemiezen 4
katalysen 4
portegiezen 4
releasen 3
spiezen 2
tijdverliezen 4
verkoopanalysen 6
wrijvingsverliezen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkiezen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. I 1
  6. E 1
  7. Z 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkiezen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. I 2
  6. E 1
  7. Z 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkiezen in het kort

verkiezen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verkiezen staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verkiezen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verkiezen: iemand door een stemming een ambt doen toekomen
Deel verkiezen — standaardnederlands.nl