bevriezen
werkwoord bəˈvrizə(n)Betekenis
- door afkoeling in vaste toestand komen
- door afkoeling ophouden met werken of beschadigd raken
- ineens ophouden met bewegen; verstijven; dichtklappen
- iets door afkoeling in vaste toestand doen komen
- iets blokkeren of niet verder laten toenemen
Hoe spreek je bevriezen uit?
/bəˈvrizən/
Bevriezen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| v | vis |
| r | rood |
| i | riet |
| z | zon |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bevriezen
bevriezenhele werkwoord — bevroorverleden tijd enkelvoud — bevrorenverleden tijd meervoud — bevrorenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevries | bevroor |
| jij | bevriest | bevroor |
| hij, zij, het | bevriest | bevroor |
| wij | bevriezen | bevroren |
| jullie | bevriezen | bevroren |
| zij | bevriezen | bevroren |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben bevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevries | gebiedende wijs |
| bevrieze | aanvoegende wijs |
| bevriezend | onvoltooid, deelwoord |
| bevroor | verleden tijd |
| bevroren | verleden tijd, deelwoord |
| bevroren te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevroren te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevroren te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevroren te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevroren te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevroren worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevroren zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevroren zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevroren zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevroren zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| er is bevroren | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was bevroren | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd bevroren | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt bevroren | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal bevroren worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal bevroren zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou bevroren worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou bevroren zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben bevroren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is bevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevriezen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn bevroren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevriezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevroren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevroren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevroren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevroren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevroren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevroren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevroren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bevroren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn bevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bevriezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bevriezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van vriezen met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van bevriezen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevries | gebiedende wijs | bevriezen |
| bevriest | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bevriezen |
| bevrieze | aanvoegende wijs | bevriezen |
| bevriezend | onvoltooid deelwoord | bevriezen |
| bevriezende | woordvorm | bevriezen |
| bevroor | verleden tijd | bevriezen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevriezen zijn vastgelegd.