verladen
werkwoordBetekenis
- een lading laten vervoeren door een vervoerder
Vervoeging van verladen
verladenhele werkwoord — verlaaddeverleden tijd enkelvoud — verlaaddenverleden tijd meervoud — verladenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verlaad | verlaadde |
| jij | verlaadt | verlaadde |
| hij, zij, het | verlaadt | verlaadde |
| wij | verladen | verlaadden |
| jullie | verladen | verlaadden |
| zij | verladen | verlaadden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verladen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verladen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verladen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verladen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verladen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verladen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verladen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaad | gebiedende wijs |
| verlaadde | verleden tijd |
| verlade | aanvoegende wijs |
| verladen | verleden tijd, deelwoord |
| verladen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verladen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verladen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verladen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verladen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verladen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verladen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verladen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verladen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verladen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verladend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van verladen
Vervoeging van verladen
verladenhele werkwoord — verlaaddeverleden tijd enkelvoud — verlaaddenverleden tijd meervoud — verladenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verlaad | verlaadde |
| jij | verlaadt | verlaadde |
| hij, zij, het | verlaadt | verlaadde |
| wij | verladen | verlaadden |
| jullie | verladen | verlaadden |
| zij | verladen | verlaadden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verladen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verladen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verladen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verladen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verladen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verladen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verladen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaad | gebiedende wijs |
| verlaadde | verleden tijd |
| verlade | aanvoegende wijs |
| verladen | verleden tijd, deelwoord |
| verladen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verladen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verladen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verladen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verladen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verladen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verladen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verladen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verladen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verladen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verladend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van laden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verladen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verlaad | gebiedende wijs | verladen |
| verlaadde | verleden tijd | verladen |
| verlaadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verladen |
| verlaadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verladen |
| verlade | aanvoegende wijs | verladen |
| verladend | onvoltooid deelwoord | verladen |
| verladende | woordvorm | verladen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verladen zijn vastgelegd.