Naar de inhoud

verladen

een lading laten vervoeren door een vervoerder

verladen

werkwoord

Betekenis

  1. een lading laten vervoeren door een vervoerder

Vervoeging van verladen

verladenhele werkwoord — verlaaddeverleden tijd enkelvoud — verlaaddenverleden tijd meervoud — verladenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlaad verlaadde
jij verlaadt verlaadde
hij, zij, het verlaadt verlaadde
wij verladen verlaadden
jullie verladen verlaadden
zij verladen verlaadden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verladen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verladen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verladen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verladen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verladen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verladen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verladen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlaad gebiedende wijs
verlaadde verleden tijd
verlade aanvoegende wijs
verladen verleden tijd, deelwoord
verladen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verladen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verladen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verladen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verladen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verladen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verladen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verladen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verladen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verladen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verladend onvoltooid, deelwoord
waart verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van verladen

Vervoeging van verladen

verladenhele werkwoord — verlaaddeverleden tijd enkelvoud — verlaaddenverleden tijd meervoud — verladenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlaad verlaadde
jij verlaadt verlaadde
hij, zij, het verlaadt verlaadde
wij verladen verlaadden
jullie verladen verlaadden
zij verladen verlaadden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verladen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verladen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verladen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verladen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verladen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verladen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verladen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlaad gebiedende wijs
verlaadde verleden tijd
verlade aanvoegende wijs
verladen verleden tijd, deelwoord
verladen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verladen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verladen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verladen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verladen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verladen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verladen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verladen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verladen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verladen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verladend onvoltooid, deelwoord
waart verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van laden met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verladen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verlaad gebiedende wijs verladen
verlaadde verleden tijd verladen
verlaadden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verladen
verlaadt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verladen
verlade aanvoegende wijs verladen
verladend onvoltooid deelwoord verladen
verladende woordvorm verladen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verladen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verladen

Wat is de betekenis van verladen?
Verladen is een werkwoord. De betekenis is: een lading laten vervoeren door een vervoerder.
Hoe vervoeg ik verladen?
Zo vervoeg je verladen zo: de tegenwoordige tijd is verlaad, de verleden tijd is verlaadde en het voltooid deelwoord is verladen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verladen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verladen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verladen in het kort

verladen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verladen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verladen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verladen: een lading laten vervoeren door een vervoerder
Deel verladen — standaardnederlands.nl