verkleuren
werkwoordBetekenis
- van kleur veranderen
Vervoeging van verkleuren
verkleurenhele werkwoord — verkleurdeverleden tijd enkelvoud — verkleurdenverleden tijd meervoud — verkleurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkleur | verkleurde |
| jij | verkleurt | verkleurde |
| hij, zij, het | verkleurt | verkleurde |
| wij | verkleuren | verkleurden |
| jullie | verkleuren | verkleurden |
| zij | verkleuren | verkleurden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verkleurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkleurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verkleurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkleurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verkleuren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verkleurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkleuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkleur | gebiedende wijs |
| verkleurd | verleden tijd, deelwoord |
| verkleurd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkleurd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkleurde | verleden tijd |
| verkleure | aanvoegende wijs |
| verkleurend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkleurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkleurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkleurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkleurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkleurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkleurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkleurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verkleurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkleurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkleurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkleurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verkleurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkleurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkleurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkleurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkleurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkleurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkleurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkleurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkleurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkleurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkleurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkleurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkleurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkleurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkleuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkleurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkleuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kleur met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verkleuren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkleur | gebiedende wijs | verkleuren |
| verkleurd | voltooid deelwoord | verkleuren |
| verkleurde | verleden tijd | verkleuren |
| verkleurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkleuren |
| verkleure | aanvoegende wijs | verkleuren |
| verkleurend | onvoltooid deelwoord | verkleuren |
| verkleurende | woordvorm | verkleuren |
| verkleurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkleuren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkleuren zijn vastgelegd.