verkleumen
werkwoordBetekenis
- bevangen worden door de kou
Vervoeging van verkleumen
verkleumenhele werkwoord — verkleumdeverleden tijd enkelvoud — verkleumdenverleden tijd meervoud — verkleumdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkleum | verkleumde |
| jij | verkleumt | verkleumde |
| hij, zij, het | verkleumt | verkleumde |
| wij | verkleumen | verkleumden |
| jullie | verkleumen | verkleumden |
| zij | verkleumen | verkleumden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verkleumd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkleumd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verkleumd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkleumd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verkleumen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verkleumd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkleumen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkleum | gebiedende wijs |
| verkleumd | verleden tijd, deelwoord |
| verkleumd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkleumd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkleumde | verleden tijd |
| verkleume | aanvoegende wijs |
| verkleumend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkleumd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkleumd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkleumd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkleumd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkleumd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkleumd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkleumd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verkleumd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkleumd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkleumd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkleumd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verkleumd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkleumd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkleumd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkleumd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkleumd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkleumd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkleumd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkleumd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkleumd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkleumd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkleumd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkleumd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkleumd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkleumd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkleumen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkleumd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkleumen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kleumen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verkleumen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkleum | gebiedende wijs | verkleumen |
| verkleumden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkleumen |
| verkleume | aanvoegende wijs | verkleumen |
| verkleumend | onvoltooid deelwoord | verkleumen |
| verkleumende | woordvorm | verkleumen |
| verkleumt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkleumen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkleumen zijn vastgelegd.