verdorren
werkwoordBetekenis
- dor worden
- dor maken
Vervoeging van verdorren
verdorrenhele werkwoord — verdordeverleden tijd enkelvoud — verdordenverleden tijd meervoud — verdordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdor | verdorde |
| jij | verdort | verdorde |
| hij, zij, het | verdort | verdorde |
| wij | verdorren | verdorden |
| jullie | verdorren | verdorden |
| zij | verdorren | verdorden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdorren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdorren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdor | gebiedende wijs |
| verdord | verleden tijd, deelwoord |
| verdord te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdord zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdorde | verleden tijd |
| verdorre | aanvoegende wijs |
| verdorrend | onvoltooid, deelwoord |
| zal verdord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou verdord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdorren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdorren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van dorren met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdorren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdor | gebiedende wijs | verdorren |
| verdorden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdorren |
| verdorre | aanvoegende wijs | verdorren |
| verdorrend | onvoltooid deelwoord | verdorren |
| verdorrende | woordvorm | verdorren |
| verdort | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdorren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdorren zijn vastgelegd.