verharden
werkwoord vərˈhɑrdə(n)Betekenis
- harder worden
- harder maken
Hoe spreek je verharden uit?
/vərˈhɑrdən/
Verharden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verharden
verhardenhele werkwoord — verharddeverleden tijd enkelvoud — verharddenverleden tijd meervoud — verhardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhard | verhardde |
| jij | verhardt | verhardde |
| hij, zij, het | verhardt | verhardde |
| wij | verharden | verhardden |
| jullie | verharden | verhardden |
| zij | verharden | verhardden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verhard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verhard | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verhard | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verhard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verhard worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verhard zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verhard worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verhard zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verhard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verhard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verhard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verhard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verhard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verhard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verhard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verhard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verharden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verharden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhard | gebiedende wijs |
| verhard | verleden tijd, deelwoord |
| verhard te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhard te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhard te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhard te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhard worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhard zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhard zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhard zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhardde | verleden tijd |
| verharde | aanvoegende wijs |
| verhardend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verhard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verhard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verhard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verhard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verhard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verhard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verhard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verhard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verhard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verhard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verhard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verhard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verhard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verhard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verhard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verhard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verhard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verhard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verhard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verhard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verhard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verharden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verharden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verharden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verhard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verhard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verharden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verharden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verharden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verhard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verharden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verharden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verharden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verhard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verharden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verhard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verharden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verharden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verharden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verharden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verhard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verharden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van harden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verharden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhardde | verleden tijd | verharden |
| verhardden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verharden |
| verhardend | onvoltooid deelwoord | verharden |
| verhardende | woordvorm | verharden |
| verhardt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verharden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verharden zijn vastgelegd.