verharder
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- stof die aan een andere stof toegevoegd is of wordt, om het verharden van die laatste te bevorderen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verharders | meervoud |
| verhardertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verhardertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van verhard
Herkomst
Naamwoord van handeling van verharden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van verharder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhardertje | verkleinwoord | verharder |
| verhardertjes | verkleinwoord meervoud | verharder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verharder zijn vastgelegd.