Naar de inhoud

ontharden

minder hard maken o.a.:

ontharden

werkwoord ɔntˈhɑrdə(n)

Betekenis

  1. minder hard maken o.a.:
  2. (van water:) door de kalkconcentratie te verlagen
  3. (van staal:) door gloeien en rustig afkoelen
  4. (van verstedelijkt gebied:) door groene gebieden en doorlatend plaveisel ervoor zorgen dat neerslag in de bodem kan worden opgenomen zodat verdroging en overstromingen worden voorkomen

Hoe spreek je ontharden uit?

/ɔntˈhɑrdən/

Ontharden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈhɑrdən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
h hoed
ɑ bad
r rood
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontharden

onthardenhele werkwoord — ontharddeverleden tijd enkelvoud — ontharddenverleden tijd meervoud — onthardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik onthard onthardde
jij onthardt onthardde
hij, zij, het onthardt onthardde
wij ontharden onthardden
jullie ontharden onthardden
zij ontharden onthardden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben onthard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent onthard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is onthard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was onthard impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd onthard impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt onthard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal onthard worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal onthard zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou onthard worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou onthard zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had onthard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had onthard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had onthard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden onthard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden onthard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden onthard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt onthard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb onthard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onthard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben onthard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onthard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben onthard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt onthard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onthard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onthard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is onthard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onthard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onthard gebiedende wijs
onthard verleden tijd, deelwoord
onthard te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onthard te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onthard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onthard te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onthard te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onthard worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onthard zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onthard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onthard zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onthard zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onthardde verleden tijd
ontharde aanvoegende wijs
onthardend onvoltooid, deelwoord
te hebben onthard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontharden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontharden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart onthard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onthard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onthard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onthard voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onthard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onthard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onthard voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd onthard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd onthard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd onthard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden onthard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden onthard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden onthard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt onthard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word onthard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden onthard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden onthard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden onthard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt onthard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt onthard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal onthard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onthard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onthard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onthard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onthard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal onthard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onthard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontharden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontharden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontharden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn onthard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onthard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onthard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt onthard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou onthard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onthard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onthard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onthard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onthard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou onthard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onthard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onthard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onthard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontharden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontharden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontharden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden onthard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onthard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onthard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onthard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onthard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onthard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onthard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onthard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onthard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontharden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontharden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontharden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt onthard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onthard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onthard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontharden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen onthard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onthard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onthard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onthard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onthard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onthard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onthard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onthard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onthard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontharden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontharden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontharden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontharden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult onthard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onthard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onthard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontharden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van harden met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontharden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
onthard voltooid deelwoord ontharden
onthardde verleden tijd ontharden
onthardden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontharden
ontharde aanvoegende wijs ontharden
onthardend onvoltooid deelwoord ontharden
onthardende woordvorm ontharden
onthardt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontharden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontharden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ontharden

Hoe spreek je ontharden uit?
De uitspraak van ontharden is: /ɔntˈhɑrdə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent ontharden?
Ontharden is een werkwoord. Het woord betekent: minder hard maken o.a.:. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ontharden?
Je vervoegt ontharden als volgt: de tegenwoordige tijd is onthard, de verleden tijd is onthardde en het voltooid deelwoord is onthard. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ontharden?

Ontharden rijmt op 5 woorden op -arden; volharden, verharden en marden bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ontharden, uitspraak ɔntˈhɑrdən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
volharden 3
verharden 3
marden 2
sefarden 3
vlarden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontharden is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontharden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontharden in het kort

ontharden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ontharden zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontharden bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontharden: minder hard maken o.a.:
Deel ontharden — standaardnederlands.nl