Naar de inhoud

veredelen

iemand in/tot de adelstand verheffen

veredelen

werkwoord vərˈedələ(n)

Betekenis

  1. iemand in/tot de adelstand verheffen
  2. iets edeler maken, verfijnen (bijv. metaal)

Hoe spreek je veredelen uit?

/vərˈedələn/

Veredelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈedələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
e veel
d dak
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iets edeler maken, verfijnen

Vervoeging van veredelen

veredelenhele werkwoord — veredeldeverleden tijd enkelvoud — veredeldenverleden tijd meervoud — veredeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik veredel veredelde
jij veredelt veredelde
hij, zij, het veredelt veredelde
wij veredelen veredelden
jullie veredelen veredelden
zij veredelen veredelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is veredeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was veredeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd veredeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt veredeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal veredeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal veredeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou veredeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou veredeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had veredeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had veredeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had veredeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden veredeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden veredeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden veredeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt veredeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben veredeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben veredeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te veredelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen veredelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
veredel gebiedende wijs
veredeld verleden tijd, deelwoord
veredeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
veredeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
veredeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
veredeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
veredeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
veredeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
veredeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
veredeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
veredeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
veredeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
veredelde verleden tijd
veredele aanvoegende wijs
veredelend onvoltooid, deelwoord
waart veredeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren veredeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren veredeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren veredeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was veredeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was veredeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was veredeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd veredeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd veredeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd veredeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden veredeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden veredeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden veredeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt veredeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word veredeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden veredeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden veredeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden veredeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt veredeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt veredeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal veredeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal veredeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal veredeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal veredeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal veredeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal veredelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal veredelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal veredelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt veredeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou veredeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou veredeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou veredeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou veredeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou veredeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou veredeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou veredelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou veredelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou veredelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden veredeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden veredeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden veredeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veredeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden veredeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden veredeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veredelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden veredelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden veredelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt veredeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veredeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veredelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen veredeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen veredeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen veredeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen veredeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen veredeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen veredeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen veredelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen veredelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen veredelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen veredelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult veredeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult veredeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult veredeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult veredelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van edel bn met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van veredelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
veredel gebiedende wijs veredelen
veredeld voltooid deelwoord veredelen
veredelde verleden tijd veredelen
veredelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon veredelen
veredele aanvoegende wijs veredelen
veredelend onvoltooid deelwoord veredelen
veredelende woordvorm veredelen
veredelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon veredelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veredelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over veredelen

Hoe spreek ik veredelen uit?
Zo spreek je veredelen uit: /vərˈedələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van veredelen?
Veredelen is een werkwoord. De betekenis is: iemand in/tot de adelstand verheffen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik veredelen?
Zo vervoeg je veredelen zo: de tegenwoordige tijd is veredel, de verleden tijd is veredelde en het voltooid deelwoord is veredeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op veredelen?

In dit woordenboek rijmen 2 woorden op -edelen op veredelen, zoals bedelen en vedelen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op veredelen, uitspraak vərˈedələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bedelen 3
vedelen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord veredelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

veredelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

veredelen in het kort

veredelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van veredelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort veredelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

veredelen: iemand in/tot de adelstand verheffen
Deel veredelen — standaardnederlands.nl