verbeteren
werkwoord /vərˈbetərə/Betekenis
- beter maken, de kwaliteit verhogen
- van fouten ontdoen
- beter worden
- zich ~ een zelfgemaakte fout of verspreking rechtzetten
- (beter maken)
- bijwerken
- optimaliseren
- (van fouten ontdoen)
- corrigeren
Hoe spreek je verbeteren uit?
/vərˈbetərə/
Verbeteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| e | veel |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verbeteren
verbeterenhele werkwoord — verbeterdeverleden tijd enkelvoud — verbeterdenverleden tijd meervoud — verbeterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verbeter | verbeterde |
| jij | verbetert | verbeterde |
| hij, zij, het | verbetert | verbeterde |
| wij | verbeteren | verbeterden |
| jullie | verbeteren | verbeterden |
| zij | verbeteren | verbeterden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verbeterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verbeterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verbeterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verbeterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verbeterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verbeterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verbeterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verbeterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verbeterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verbeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verbeterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verbeterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verbeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verbeterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verbeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbeterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verbeterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verbeteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verbeteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbeter | gebiedende wijs |
| verbeter me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verbeter u/je , verbetert je | gebiedende wijs |
| verbeterd | verleden tijd, deelwoord |
| verbeterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbeterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbeterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbeterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbeterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbeterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbeterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbeterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbeterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbeterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbeterde | verleden tijd |
| verbeterde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verbeterde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verbeterde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verbeterde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verbeterde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verbeterde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verbeterde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verbeterden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verbeterden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verbeterden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| verbetere | aanvoegende wijs |
| verbetere zich | aanvoegende wijs |
| verbeteren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verbeteren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verbeteren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verbeterend | onvoltooid, deelwoord |
| verbetert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verbetert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verbetert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verbetert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verbetert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verbetert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| waart verbeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbeterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verbeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbeterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verbeterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verbeterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verbeterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verbeterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me verbeteren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verbeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verbeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verbeterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbeterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich verbeteren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verbeteren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verbeterd hebben | verleden tijd |
| zich verbeterend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verbeterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verbeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verbeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verbeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verbeterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbeterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbeterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbeteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen je verbeteren | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verbeteren | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verbeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbeterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van beter met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verbeteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verbeter | gebiedende wijs | verbeteren |
| verbeterde | verleden tijd | verbeteren |
| verbeterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verbeteren |
| verbetere | aanvoegende wijs | verbeteren |
| verbeterend | onvoltooid deelwoord | verbeteren |
| verbeterende | woordvorm | verbeteren |
| verbetert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verbeteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbeteren zijn vastgelegd.