Naar de inhoud

verbeteren

beter maken, de kwaliteit verhogen

verbeteren

werkwoord /vərˈbetərə/

Betekenis

  1. beter maken, de kwaliteit verhogen
  2. van fouten ontdoen
  3. beter worden
  4. zich ~ een zelfgemaakte fout of verspreking rechtzetten
  5. (beter maken)
  6. bijwerken
  7. optimaliseren
  8. (van fouten ontdoen)
  9. corrigeren

Hoe spreek je verbeteren uit?

/vərˈbetərə/

Verbeteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈbetərə/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
b bak
e veel
t tak
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verbeteren

verbeterenhele werkwoord — verbeterdeverleden tijd enkelvoud — verbeterdenverleden tijd meervoud — verbeterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verbeter verbeterde
jij verbetert verbeterde
hij, zij, het verbetert verbeterde
wij verbeteren verbeterden
jullie verbeteren verbeterden
zij verbeteren verbeterden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verbeterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verbeterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verbeterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verbeterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verbeterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verbeterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verbeterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verbeterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verbeterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verbeterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verbeterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verbeterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verbeterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verbeterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verbeterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbeterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verbeterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verbeteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verbeteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbeter gebiedende wijs
verbeter me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbeter u/je , verbetert je gebiedende wijs
verbeterd verleden tijd, deelwoord
verbeterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbeterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbeterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbeterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbeterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbeterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbeterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbeterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbeterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbeterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbeterde verleden tijd
verbeterde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbeterde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbeterde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verbeterde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbeterde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbeterde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verbeterde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbeterden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbeterden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verbeterden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verbetere aanvoegende wijs
verbetere zich aanvoegende wijs
verbeteren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbeteren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbeteren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbeterend onvoltooid, deelwoord
verbetert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbetert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbetert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbetert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbetert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbetert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verbeterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbeterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verbeterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbeterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verbeterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verbeterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verbeterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verbeterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verbeterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verbeterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verbeterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verbeterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verbeterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verbeterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verbeterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verbeterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verbeterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verbeterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verbeterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verbeterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verbeteren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verbeterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbeterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verbeterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbeterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbeterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verbeterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbeterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verbeteren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verbeteren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verbeterd hebben verleden tijd
zich verbeterend onvoltooid, deelwoord
zijn verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verbeterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verbeterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbeterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbeterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbeterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbeterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verbeterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbeterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbeterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbeterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verbeterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbeterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbeterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbeterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbeterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbeterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbeterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbeterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbeterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verbeterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbeterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbeterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verbeteren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verbeteren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verbeterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verbeterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van beter met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verbeteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verbeter gebiedende wijs verbeteren
verbeterde verleden tijd verbeteren
verbeterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verbeteren
verbetere aanvoegende wijs verbeteren
verbeterend onvoltooid deelwoord verbeteren
verbeterende woordvorm verbeteren
verbetert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verbeteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbeteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verbeteren

Hoe spreek ik verbeteren uit?
Zo spreek je verbeteren uit: /vərˈbetərə/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verbeteren?
Verbeteren is een werkwoord. De betekenis is: beter maken, de kwaliteit verhogen. In totaal staan er 9 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verbeteren?
Zo vervoeg je verbeteren zo: de tegenwoordige tijd is verbeter, de verleden tijd is verbeterde en het voltooid deelwoord is verbeterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verbeteren?

Er staan 3 woorden in dit woordenboek die op verbeteren rijmen, waaronder betere, indiscretere en straightere. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verbeteren, uitspraak vərˈbetərə, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
betere 3
indiscretere 5
straightere 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verbeteren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verbeteren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verbeteren in het kort

verbeteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 9 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verbeteren staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verbeteren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verbeteren: beter maken, de kwaliteit verhogen
Deel verbeteren — standaardnederlands.nl