trainen
werkwoordBetekenis
- het doen van lichamelijke oefeningen
- door middel van oefeningen een bepaalde vaardigheid opbouwen
Vervoeging van trainen
trainenhele werkwoord — traindeverleden tijd enkelvoud — traindenverleden tijd meervoud — getraindvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | train | trainde |
| jij | traint | trainde |
| hij, zij, het | traint | trainde |
| wij | trainen | trainden |
| jullie | trainen | trainden |
| zij | trainen | trainden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getraind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getraind | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getraind | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getraind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getraind worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getraind zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getraind worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getraind zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getraind | verleden tijd, deelwoord |
| getraind te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getraind te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getraind te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getraind te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getraind te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getraind worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getraind zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getraind zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getraind zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getraind zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getraind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getraind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getraind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getraind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getraind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getraind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getraind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getraind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getraind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te trainen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen trainen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| train | gebiedende wijs |
| trainde | verleden tijd |
| traine | aanvoegende wijs |
| trainend | onvoltooid, deelwoord |
| waart getraind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getraind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getraind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getraind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getraind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getraind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getraind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getraind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getraind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getraind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getraind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getraind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getraind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getraind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getraind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getraind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getraind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getraind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getraind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getraind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getraind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getraind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getraind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getraind zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getraind zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal trainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal trainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal trainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getraind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getraind zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getraind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getraind zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou trainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou trainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou trainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getraind zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getraind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getraind zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden trainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden trainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden trainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getraind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getraind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt trainen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getraind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getraind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getraind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getraind zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getraind zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getraind zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen trainen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen trainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen trainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen trainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getraind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getraind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getraind zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult trainen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘oefenen’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Woordfamilie van trainen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| train | gebiedende wijs | trainen |
| trainde | verleden tijd | trainen |
| trainden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | trainen |
| traine | aanvoegende wijs | trainen |
| trainend | onvoltooid deelwoord | trainen |
| trainende | woordvorm | trainen |
| traint | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | trainen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trainen zijn vastgelegd.