getraind
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een persoon: dat hij of zij veel geoefend heeft en goed in staat is de gewenste prestatie te leveren
Woordvorm
- voltooid deelwoord van trainen
Vervoeging van getraind
getraindhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van trainen: de stam met omvoegsel ge- -d
Woordfamilie van getraind
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getrainder | woordvorm | getraind |
| getraindere | woordvorm | getraind |
| getrainders | woordvorm | getraind |
| getrainds | woordvorm | getraind |
| getraindst | woordvorm | getraind |
| getraindste | woordvorm | getraind |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van getraind zijn vastgelegd.