training
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een oefening
- opleiding in een vaardigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trainingen | meervoud |
| traininkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| traininkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van trainen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van training
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trainingen | meervoud | training |
| traininkje | verkleinwoord | training |
| traininkjes | verkleinwoord meervoud | training |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van training zijn vastgelegd.