Naar de inhoud

teren

met teer besmeren

teren

werkwoord

Betekenis

  1. met teer besmeren
  2. in zijn levensonderhoud voorzien

Vervoeging van teren

terenhele werkwoord — teerdeverleden tijd enkelvoud — teerdenverleden tijd meervoud — geteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik teer teerde
jij teert teerde
hij, zij, het teert teerde
wij teren teerden
jullie teren teerden
zij teren teerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geteerd verleden tijd, deelwoord
geteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te teren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen teren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teer gebiedende wijs
teerde verleden tijd
tere aanvoegende wijs
terend onvoltooid, deelwoord
waart geteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal teren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal teren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou teren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou teren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen teren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult teren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘in zijn levensonderhoud voorzien’ voor het eerst aangetroffen in 1539

Woordfamilie van teren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geteerd voltooid deelwoord teren
teerde verleden tijd teren
teerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon teren
teert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon teren
terend onvoltooid deelwoord teren
terende woordvorm teren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van teren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over teren

Wat betekent teren?
Teren is een werkwoord. Het woord betekent: met teer besmeren. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je teren?
Je vervoegt teren als volgt: de tegenwoordige tijd is teer, de verleden tijd is teerde en het voltooid deelwoord is geteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord teren is 7 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 7 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

teren levert met Wordfeud minimaal 7 en maximaal 33 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 7 zonder bonus
  7. 33 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

teren telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

teren in het kort

teren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van teren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort teren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

teren: met teer besmeren
Deel teren — standaardnederlands.nl