tering
zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel ˈterɪŋBetekenis
- uitgaven voor levensonderhoud
- een verzamelnaam voor ziektes zoals tuberculose en kanker die een dodelijke afloop hadden, scheldwoord
- gebruikt als eerste deel van samenstelling om het negatieve karakter van het tweede deel te versterken, of omgekeerd
Hoe spreek je tering uit?
/ˈterɪŋ/
Tering bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- verzamelnaam voor ziektes waarbij de patiënt wegkwijnt, zoals tuberculose en kanker die vaak een dodelijke afloop hadden, later vooral nog gebruikt als onderdeel van een verwensing
tussenwerpsel
- een uitroep van ergernis vulgar
Herkomst
van Middelnederlands teringe, op te vatten als Naamwoord van handeling van teren ww met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van tering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teringen | meervoud | tering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tering zijn vastgelegd.