Naar de inhoud

tergen

iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren

tergen

werkwoord

Betekenis

  1. iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren

Vervoeging van tergen

tergenhele werkwoord — tergdeverleden tijd enkelvoud — tergdenverleden tijd meervoud — getergdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik terg tergde
jij tergt tergde
hij, zij, het tergt tergde
wij tergen tergden
jullie tergen tergden
zij tergen tergden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getergd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getergd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getergd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getergd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getergd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getergd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getergd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getergd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getergd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getergd verleden tijd, deelwoord
getergd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getergd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getergd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getergd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getergd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getergd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getergd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getergd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getergd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getergd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getergd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getergd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getergd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getergd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getergd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getergd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getergd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getergd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getergd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getergd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getergd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tergen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tergen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terg gebiedende wijs
tergde verleden tijd
terge aanvoegende wijs
tergend onvoltooid, deelwoord
waart getergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getergd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getergd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getergd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getergd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getergd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getergd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getergd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getergd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getergd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getergd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getergd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getergd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getergd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getergd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getergd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getergd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getergd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getergd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getergd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getergd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getergd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getergd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getergd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getergd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getergd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getergd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getergd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getergd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getergd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getergd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tergen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getergd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getergd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getergd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getergd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getergd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getergd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tergen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getergd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getergd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getergd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tergen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘kwellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Woordfamilie van tergen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getergd voltooid deelwoord tergen
terg gebiedende wijs tergen
tergde verleden tijd tergen
tergden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tergen
terge aanvoegende wijs tergen
tergt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tergen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tergen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tergen

Wat is de betekenis van tergen?
Tergen is een werkwoord. De betekenis is: iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren.
Hoe vervoeg ik tergen?
Zo vervoeg je tergen zo: de tegenwoordige tijd is terg, de verleden tijd is tergde en het voltooid deelwoord is getergd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tergen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tergen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tergen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

tergen in het kort

tergen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tergen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tergen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tergen: iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren
Deel tergen — standaardnederlands.nl