tapen
werkwoord ˈtepə(n)Betekenis
- ter ondersteuning en bescherming omwikkelen (van lichaamsdelen) met sporttape
- met breed plakband vastmaken of sluiten
- vastleggen op film of magneetband
Hoe spreek je tapen uit?
/ˈtepən/
Tapen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ter ondersteuning en bescherming omwikkelen met sporttape transitive
Vervoeging van tapen
tapenhele werkwoord — tapeteverleden tijd enkelvoud — tapetenverleden tijd meervoud — getapetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tape | tapete |
| jij | tapet | tapete |
| hij, zij, het | tapet | tapete |
| wij | tapen | tapeten |
| jullie | tapen | tapeten |
| zij | tapen | tapeten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getapet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getapet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getapet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getapet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getapet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getapet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getapet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getapet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getapet | verleden tijd, deelwoord |
| getapet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getapet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getapet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getapet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getapet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getapet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getapet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getapet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getapet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getapet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getapet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getapet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getapet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getapet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getapet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| tape | gebiedende wijs |
| tape | aanvoegende wijs |
| tapend | onvoltooid, deelwoord |
| tapete | verleden tijd |
| te hebben getapet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tapen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart getapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getapet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getapet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getapet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getapet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getapet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getapet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getapet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getapet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getapet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getapet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getapet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getapet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getapet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getapet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getapet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getapet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getapet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Engels tape ww ; op te vatten als afgeleid van tape zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van tapen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getapet | voltooid deelwoord | tapen |
| getapete | woordvorm | tapen |
| tapend | onvoltooid deelwoord | tapen |
| tapende | woordvorm | tapen |
| tapet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tapen |
| tapete | verleden tijd | tapen |
| tapeten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tapen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tapen zijn vastgelegd.