Naar de inhoud

binnenslepen

over een oppervlak ergens in trekken

binnenslepen

werkwoord /ˈbɪnə(n)ˌslepə(n)/

Betekenis

  1. over een oppervlak ergens in trekken
  2. (van een vaartuig) door een ander vaartuig voortgetrokken in de haven brengen
  3. een gewenst resultaat in competitie behalen

Hoe spreek je binnenslepen uit?

/ˈbɪnənˌslepən/

Binnenslepen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɪnənˌslepən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɪ pit
n nek
ə de
s sok
l land
e veel
p pak
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

werkwoord

  1. door een ander vaartuig voortgetrokken in de haven brengen transitive

Vervoeging van binnenslepen

binnenslepenhele werkwoord — sleepte binnenverleden tijd enkelvoud — sleepten binnenverleden tijd meervoud — binnengesleeptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sleep binnen sleepte binnen
jij sleept binnen sleepte binnen
hij, zij, het sleept binnen sleepte binnen
wij slepen binnen sleepten binnen
jullie slepen binnen sleepten binnen
zij slepen binnen sleepten binnen
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
binnen te slepen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
binnen te zullen slepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnen zal slepen bijzin, toekomende tijd
binnen zou slepen bijzin, voorwaardelijk
binnen zouden slepen bijzin, voorwaardelijk
binnen zoudt slepen bijzin, voorwaardelijk
binnen zullen slepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnen zullen slepen bijzin, toekomende tijd
binnen zult slepen bijzin, toekomende tijd
binnengesleept verleden tijd, deelwoord
binnengesleept te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
binnengesleept te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
binnengesleept te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnengesleept te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnengesleept te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnengesleept worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
binnengesleept zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
binnengesleept zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnengesleept zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnengesleept zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnensleep bijzin, tegenwoordige tijd
binnensleept bijzin, tegenwoordige tijd
binnensleepte bijzin, verleden tijd
binnensleepten bijzin, verleden tijd
binnenslepend onvoltooid, deelwoord
er is binnengesleept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was binnengesleept impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd binnengesleept impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt binnengesleept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal binnengesleept worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal binnengesleept zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou binnengesleept worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou binnengesleept zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had binnengesleept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had binnengesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had binnengesleept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden binnengesleept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden binnengesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden binnengesleept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt binnengesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben binnengesleept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sleep binnen gebiedende wijs
sleepte binnen verleden tijd
te hebben binnengesleept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen binnenslepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart binnengesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren binnengesleept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren binnengesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren binnengesleept voltooid, verleden tijd, derde persoon
was binnengesleept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was binnengesleept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was binnengesleept voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt binnengesleept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal binnengesleept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal binnengesleept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal binnengesleept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal binnengesleept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal binnengesleept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal binnenslepen bijzin, toekomende tijd
zijn binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt binnengesleept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou binnengesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou binnengesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou binnengesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou binnengesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou binnengesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou binnengesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou binnenslepen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) binnenslepen binnen zou(dt) slepen bijzin, voorwaardelijk
zouden binnengesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden binnengesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden binnengesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden binnengesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden binnengesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden binnengesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden binnenslepen bijzin, voorwaardelijk
zoudt binnengesleept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt binnengesleept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt binnenslepen bijzin, voorwaardelijk
zullen binnengesleept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen binnengesleept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen binnengesleept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen binnengesleept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen binnengesleept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen binnengesleept zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen binnengesleept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen binnenslepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen binnenslepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen binnenslepen bijzin, toekomende tijd
zult binnengesleept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van binnen bw en slepen ww

Woordfamilie van binnenslepen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
binnengesleept voltooid deelwoord binnenslepen
binnengesleepte woordvorm binnenslepen
binnensleep subordinate-clause, tegenwoordige tijd binnenslepen
binnensleept subordinate-clause, tegenwoordige tijd binnenslepen
binnensleepte subordinate-clause, verleden tijd binnenslepen
binnensleepten subordinate-clause, verleden tijd binnenslepen
binnenslepe with-subordinate-clause binnenslepen
binnenslepend onvoltooid deelwoord binnenslepen
binnenslepende woordvorm binnenslepen
sleep binnen gebiedende wijs binnenslepen
sleept binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon binnenslepen
sleepte binnen verleden tijd binnenslepen
sleepten binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon binnenslepen
slepe binnen woordvorm binnenslepen
slepen binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon binnenslepen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenslepen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over binnenslepen

Hoe spreek ik binnenslepen uit?
Zo spreek je binnenslepen uit: /ˈbɪnə(n)ˌslepə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van binnenslepen?
Binnenslepen is een werkwoord. De betekenis is: over een oppervlak ergens in trekken. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik binnenslepen?
Zo vervoeg je binnenslepen zo: het voltooid deelwoord is binnengesleept. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op binnenslepen?

In dit woordenboek rijmen 17 woorden op -epen op binnenslepen, zoals schepen, begrepen en onderstrepen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op binnenslepen, uitspraak ˈbɪnənˌslepən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
schepen 2
begrepen 3
onderstrepen 4
tapen 2
welbegrepen 4
aandachtsstrepen 4
aandachtstrepen 4
aangegrepen 4
aangeslepen 4
actieschepen 4
afleesstrepen 4
drogeladingschepen 6
geknepen 3
greenpeaceschepen 4
nepen 2
scrapen 2
vikingschepen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord binnenslepen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. L 3
  9. E 1
  10. P 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

binnenslepen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. L 3
  9. E 1
  10. P 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 zonder bonus
  14. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

binnenslepen in het kort

binnenslepen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van binnenslepen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort binnenslepen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

binnenslepen: over een oppervlak ergens in trekken
Deel binnenslepen — standaardnederlands.nl