intapen
werkwoordBetekenis
- met tape omwikkelen.
Vervoeging van intapen
intapenhele werkwoord — tapete inverleden tijd enkelvoud — tapeten inverleden tijd meervoud — ingetapetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tape in | tapete in |
| jij | tapet in | tapete in |
| hij, zij, het | tapet in | tapete in |
| wij | tapen in | tapeten in |
| jullie | tapen in | tapeten in |
| zij | tapen in | tapeten in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingetapet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingetapet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingetapet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingetapet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingetapet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingetapet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingetapet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingetapet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingetapet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingetapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingetapet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingetapet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingetapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingetapet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingetapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingetapet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te tapen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen tapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal tapen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou tapen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden tapen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt tapen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen tapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen tapen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult tapen | bijzin, toekomende tijd |
| ingetapet | verleden tijd, deelwoord |
| ingetapet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingetapet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingetapet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingetapet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingetapet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingetapet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingetapet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingetapet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingetapet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingetapet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| intape | bijzin, tegenwoordige tijd |
| intapend | onvoltooid, deelwoord |
| intapet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| intapete | bijzin, verleden tijd |
| intapeten | bijzin, verleden tijd |
| is ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| tape in | gebiedende wijs |
| tapete in | verleden tijd |
| te hebben ingetapet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen intapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingetapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingetapet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingetapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingetapet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingetapet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingetapet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingetapet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingetapet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingetapet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingetapet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingetapet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingetapet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingetapet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal intapen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingetapet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingetapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingetapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingetapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingetapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingetapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingetapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou intapen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) intapen in zou(dt) tapen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingetapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingetapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingetapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingetapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingetapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingetapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden intapen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingetapet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingetapet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt intapen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingetapet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingetapet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingetapet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingetapet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingetapet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingetapet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingetapet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen intapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen intapen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen intapen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingetapet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en tapen
Woordfamilie van intapen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingetapet | voltooid deelwoord | intapen |
| ingetapete | woordvorm | intapen |
| intape | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | intapen |
| intapend | onvoltooid deelwoord | intapen |
| intapende | woordvorm | intapen |
| intapet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | intapen |
| intapete | subordinate-clause, verleden tijd | intapen |
| intapeten | subordinate-clause, verleden tijd | intapen |
| tape in | gebiedende wijs | intapen |
| tapen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | intapen |
| tapet in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | intapen |
| tapete in | verleden tijd | intapen |
| tapeten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | intapen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intapen zijn vastgelegd.