Naar de inhoud

steunen

een deel van de last op zich nemen, hulp verlenen

steunen is meer dan één woord

steunen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /'stønə(n)/

Betekenis

  1. een deel van de last op zich nemen, hulp verlenen
  2. ~ op: de last gedeeltelijk op iets leggen
  3. van vermoeidheid of pijn een kreunend geluid maken

Hoe spreek je steunen uit?

/ˈstønən/

Steunen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstønən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
ø deur
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van steunen

steunenhele werkwoord — steundeverleden tijd enkelvoud — steundenverleden tijd meervoud — gesteundvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik steun steunde
jij steunt steunde
hij, zij, het steunt steunde
wij steunen steunden
jullie steunen steunden
zij steunen steunden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesteund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesteund impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesteund impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesteund impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesteund worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesteund zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesteund worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesteund zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesteund verleden tijd, deelwoord
gesteund te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesteund te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesteund te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesteund te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesteund te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesteund worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesteund zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesteund zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesteund zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesteund zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesteund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesteund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesteund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesteund voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesteund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
steun gebiedende wijs
steunde verleden tijd
steune aanvoegende wijs
steunend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesteund actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te steunen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen steunen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesteund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesteund voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesteund voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesteund voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesteund voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesteund enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesteund enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesteund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesteund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesteund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesteund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesteund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal steunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal steunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal steunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesteund voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesteund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesteund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesteund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesteund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesteund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesteund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou steunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou steunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou steunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesteund hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesteund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesteund hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesteund zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesteund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesteund zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden steunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden steunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden steunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesteund hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesteund zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt steunen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesteund hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesteund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesteund hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesteund zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesteund zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesteund zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen steunen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen steunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen steunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen steunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesteund hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesteund worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesteund zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult steunen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord steun

Herkomst

In de betekenis van ‘stutten’ voor het eerst aangetroffen in 1420

Woordfamilie van steunen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesteund voltooid deelwoord steunen
gesteunde woordvorm steunen
steunde verleden tijd steunen
steunden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon steunen
steune aanvoegende wijs steunen
steunend onvoltooid deelwoord steunen
steunende woordvorm steunen
steunt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon steunen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steunen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over steunen

Hoe spreek ik steunen uit?
Zo spreek je steunen uit: /'stønə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van steunen?
Steunen is een werkwoord. De betekenis is: een deel van de last op zich nemen, hulp verlenen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik steunen?
Zo vervoeg je steunen zo: de tegenwoordige tijd is steun, de verleden tijd is steunde en het voltooid deelwoord is gesteund. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op steunen?

Er staan 5 woorden in dit woordenboek die op steunen rijmen, waaronder leunen, ondersteunen en beunen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op steunen, uitspraak ˈstønən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
leunen 2
ondersteunen 4
beunen 2
jeunen 2
sleunen 2

Scrabble punten

Naar spel

Het woord steunen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. U 4
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

steunen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 82 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. U 2
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 82 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

steunen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

steunen in het kort

steunen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van steunen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort steunen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

steunen: een deel van de last op zich nemen, hulp verlenen
Deel steunen — standaardnederlands.nl