stamper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (ook ) instrument waarmee men iets fijnstampt
- in het bijzonder in samenhang met het gebruik van een vijzel - vijzelstamper
- zich in het midden van de bloem bevindend vrouwelijk orgaan, dat bestaat uit vruchtbeginsel, stijl en stempel
- iemand die stampt
- sterk ritmische melodie - discostamper, soulstamper
- laadstok van een ouderwets vuurwapen
- (Zuidnederlands) snoepgoed op een stokje (lekstok, lolly)
zelfstandig naamwoord — masculine
- instrument waarmee men iets fijnstampt
- in het bijzonder in samenhang met het gebruik van een vijzel -> vijzelstamper
- sterk ritmische melodie -> discostamper, soulstamper
- snoepgoed op een stokje (lekstok, lolly)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stampers | meervoud |
| stampertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stampertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van stampen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van stamper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stampers | meervoud | stamper |
| stampertje | verkleinwoord | stamper |
| stampertjes | verkleinwoord meervoud | stamper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stamper zijn vastgelegd.