Naar de inhoud

kampen

~ met van iets moeilijkheden ondervinden

kampen is meer dan één woord

kampen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkɑmpə(n)

Betekenis

  1. ~ met van iets moeilijkheden ondervinden

Hoe spreek je kampen uit?

/ˈkɑmpən/

Kampen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɑmpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɑ bad
m maan
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kampen

kampenhele werkwoord — kampteverleden tijd enkelvoud — kamptenverleden tijd meervoud — gekamptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kamp kampte
jij kampt kampte
hij, zij, het kampt kampte
wij kampen kampten
jullie kampen kampten
zij kampen kampten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekampt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekampt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekampt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekampt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekampt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekampt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekampt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekampt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekampt verleden tijd, deelwoord
gekampt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekampt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekampt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kamp gebiedende wijs
kampe aanvoegende wijs
kampend onvoltooid, deelwoord
kampte verleden tijd
te hebben gekampt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kampen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekampt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekampt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekampt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekampt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekampt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekampt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekampt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekampt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kamp

Herkomst

In de betekenis van ‘strijden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1299

Woordfamilie van kampen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekampt voltooid deelwoord kampen
kampe aanvoegende wijs kampen
kampend onvoltooid deelwoord kampen
kampende woordvorm kampen
kampt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kampen
kampte verleden tijd kampen
kampten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kampen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kampen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kampen

Hoe spreek ik kampen uit?
Zo spreek je kampen uit: /ˈkɑmpə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van kampen?
Kampen is een werkwoord. De betekenis is: ~ met van iets moeilijkheden ondervinden.
Hoe vervoeg ik kampen?
Zo vervoeg je kampen zo: de tegenwoordige tijd is kamp, de verleden tijd is kampte en het voltooid deelwoord is gekampt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op kampen?

In dit woordenboek rijmen 6 woorden op -ampen op kampen, zoals verdampen, stampen en bekampen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op kampen, uitspraak ˈkɑmpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verdampen 3
stampen 2
bekampen 3
rampetampen 4
lampen 2
nachtkastlampen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kampen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. M 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kampen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. M 3
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kampen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kampen in het kort

kampen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van kampen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kampen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kampen: ~ met van iets moeilijkheden ondervinden
Deel kampen — standaardnederlands.nl