bekampen
werkwoord /bəˈkɑmpə(n)/Betekenis
- tegen iets of iemand strijden
Hoe spreek je bekampen uit?
/bəˈkɑmpən/
Bekampen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| p | pak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bekampen
bekampenhele werkwoord — bekampteverleden tijd enkelvoud — bekamptenverleden tijd meervoud — bekamptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bekamp | bekampte |
| jij | bekampt | bekampte |
| hij, zij, het | bekampt | bekampte |
| wij | bekampen | bekampten |
| jullie | bekampen | bekampten |
| zij | bekampen | bekampten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bekamp | gebiedende wijs |
| bekampe | aanvoegende wijs |
| bekampend | onvoltooid, deelwoord |
| bekampt | verleden tijd, deelwoord |
| bekampt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekampt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekampte | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bekampt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bekampt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bekampt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bekampt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bekampt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bekampt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bekampt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bekampt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekampt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bekampt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bekampt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bekampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekampt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bekampen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bekampt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bekampen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bekampt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekampt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bekampt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bekampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bekampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bekampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bekampen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bekampt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekampt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekampt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bekampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bekampt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kampen met het voorvoegsel be-, onder invloed van Duits bekämpfen
Woordfamilie van bekampen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekamp | gebiedende wijs | bekampen |
| bekampe | aanvoegende wijs | bekampen |
| bekampend | onvoltooid deelwoord | bekampen |
| bekampende | woordvorm | bekampen |
| bekampt | voltooid deelwoord | bekampen |
| bekampte | verleden tijd | bekampen |
| bekampten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bekampen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekampen zijn vastgelegd.