sprong
zelfstandig naamwoord, werkwoord sprɔŋBetekenis
- met het lichaam een beweging in opwaartse richting
- een afwijking van de normale volgorde waarbij een aantal tussenliggende zaken overgeslagen worden
Hoe spreek je sprong uit?
/sprɔŋ/
Sprong bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sprongen | meervoud |
| sprongetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sprongetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van springen
Vervoeging van sprong
spronghele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘het springen’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van sprong
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sprongetje | verkleinwoord | sprong |
| sprongetjes | verkleinwoord meervoud | sprong |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sprong zijn vastgelegd.